Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verheffingen langs de helling een open ruimte vinden, waar zij op hun eigen wijze kunnen offeren1), zonder iets te maken te hebben met de bewoners des lands nóch met het heiligdom op dezen berg aan den Allerhoogste als God des Yredes, als Salem2), Vredevorst3) gewijd, waarnaar Jerusalem door de Babyloniërs Aloe-salim (en dus in het spijkerschrift dat ieder beschaafd man gebruikt, Oeroe-salim) 4) genoemd is. Wordt hier ten allen tijde de ware (iod vereerd onder den titel van Eel Xgeljoon (Allerhoogste God) door Salems Priesterkoningen endoor allen, die voor korter of langer tijd hun meerderheid erkennen 5), in het bizonder geschiedt dit na afloop van een gelukkig volbrachten krijgstocht, wanneer deze God als Salem, als Vredevorst dan Zijn dienaren vrede door overwinning geschonken heeft; en als dankoffer worden dan de tienden van den buit6) aan Hem gewijd, en Hem ten dienste gegeven in de hand van Zijn Priester die te (Oeroesalim, Kanaanitische uitspraak: Jerusalem) woont, en er onder den titel van Melchizedek of Adonizedek over „de stad van den Vredevorst" (gelijk Jerusalems schoone naam beteekent) regeert.

De open weg naar dit merkwaardig heiligdom is echter gebaand, en wordt met zorg opengehouden, door een verrukkelijken rijkdom van dichtaaneengesloten houtgewas, wild en welig gewassen, zoodat hazen en kleiner dieren er wel een weg door zouden vinden, maar grootere beesten er allicht in moeite geraken zouden. Groot vee

1) Genesis 22.

2) Genesis 14.

3) Hebreeën 7 : 1—10; vergelijk Jesaja 9 : 5, 6.

4) Aloe, blijkbaar verwant aan het Hebreeuwsche Ohel (tent), beteekent „ stad Hetzelfde beteekent Oeroe (het Hebreeuwsche cir). Salim (Hebreeuwsch ook wel Sjaloom, bijvoorbeeld in „Salomo") beteekent Vrede.

5) Genesis 14 : 18, 19, 20, 22.

6) Genesis 14 : 20 en Hebreeën 7 : 4—10.

Sluiten