Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kapht (Phoenicië) gevestigd1). Misschien zijn het welde woelingen geweest in het Noorden veroorzaakt door de krijgshaftige Hethiten, toen dezen van het Taurusgebergte af hun veroverende krijgsbenden gingen uitzenden, waardoor de lieden van Kapht zich niet naar het Noorden, maar weder naar het Zuiden, gingen richten door de vlakten langs de Groote Zee. Misschien hebben deze vruchtbare vlakten met hun voor een volk met aanleg tot handel en scheepvaart zoo aanlokkende ligging hen eenvoudig Zuidwaarts getrokken. In elk geval zijn de zonen van Kapht, voor zooverre zij niet naar Kaphtor (Kapht-oer: Groot Phoenicië) aan de monden vandenNijl gingen, of zich Westwaarts richtten om hun invloed in de landen der latere Grieken te doen gelden, de Saronvlakte komen vervullen, de Megiddovallei bezetten, de vlakte der later uit Kaphtor komende Philistijnen innemen en weldra ook de bergstreken ten Oosten van deze

zeekustvlakten.

En tevens beginnen de Amoriten zich in deze bergstreken te nestelen en er met de Rephaïten en Enakiten samen te smelten, evenals in het Oosten met de Emiten, de Rephaïten (wier Koning Og 2) in later eeuw tot de Amoriten zal gerekend worden) en de Zamzoemmiten of Zoeziten het geval is.

Het kan U dus niet meer verbazen, dat in Jerusalem heel wat meer beschaving en kunstvaardigheid is op te merken dan in de tijden van hen, die het eerst zich in de holen gevestigd of zich de holen uitgehold hebben.

Maar voorden uit het land der Babyloniërs afkomstigen 3)

1) Phoeniciërs of Puniërs, evenals later de Karthagers zich noemden. Denkelijk uit Poen (Arabië) afkomstig, en daar in aanraking geweest met de vandaar vertrokken Egyptische veroveraars van het Nijlland van Cham of Kemi.

2) Deuteronomium 3 : 11.

3) Genesis 11 : 31.

Sluiten