Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als kinderen van Kapht, maar al te goed verstonden in zijn vreeselijke beteekenis. Van diep en innig schuldgevoel sprak menig aangrijpend gebed der oude Babyloniërs, Verzoendeksel en wasehvat of wasehvijver in vele van hun oude tempels gaf uiting aan dezelfde gedachte. En het begrip, dat zonde schuld met zich brengt en schuld moet geboet worden totdat de evenaar van het recht volkomen in het gelijk is, verstonden zij beter, dan menigeen, die later op hun puinlxoopen zal nederzien. Dat °de zonde, die tegen de allerhoogste Majesteit Gods gedaan was, ook met de allerhoogste straf moest gestraft worden, kon een volk , dat zich den zondvloed zoo levendig, en zoo betrekkelijk juist, herinnerde, nog niet vergeten zijn in — of zelfs lang na — Abrahams dagen. Dat dus alleen het hoogste, zuiverste, naast verwante, en zwaarste offer in werkelijkheid aan den eisch van het geschonden recht kon voldoen, zagen zij geheel naar waarheid in. Alleen in twee opzichten was reeds de dwaling bij hen doorgetrokken. Eenerzijds hierin, dat zij vergeten hadden, dat zulk een offer — indien het wezenlijk kon gebracht worden — eens vooral afdoende, en dus niet voor herhaling vatbaar, kon zijn. Had volgens Phoenicische overlevering de God El zich met Koninklijk purper bekleed, en zijn eenigen zoon Yeud geofferd ten tijde eener pestziekte, dan moest nimmermeer een ldoedig offer noodig zijn. Moest echter zulk een Goddelijk offer nog komen, dan kon geen ander bloedig offer beteekenis hebben, tenzij als voorafschaduwing, en voor een zinnebeeldige handeling was het menschenoffer te groot; evenals het voor een wezenlijke verlossing te gering was. Het bloed van een zondig menschenkind, met bloedend hart door zijn vader geofferd, was immers te min en te onzuiver, om verzoening te doen over eens menschen schuld voor God ?

Maar — hoe diep ootmoedige schuldbelijders ook zóó

Sluiten