Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel der Egyptische bezettingstroepen zeiven. de Zakkoer, de Babyloniërs, ten deele de Minaeërs, en nog andere stammen hadden zich op Egypte geworpen, soms met elkander, soms na elkander. Ja zelfs de Mitanniërs > waren niet afkeerig van een deel van den buit, gelijk nog in later eeuw uit de krijgsbedrijven van Koesjan Risjatajim ^) zal blijken. En wel konden krijgstochten als van Ramses III, en een nieuw woelen der Noordelijke Hethiten te meer de bevolking van Kanaan uitputten, zoodat zij bij den inval der kinderen Israëls uiterlijk sterk schijnend innerlijk machteloos was; maar de uit dezen chaos geworden nieuwe toestanden wijzigen, konden zij niet meer.

De Koning van Jerusalem heelt zijn titel gewijzigd, en Jerusalem zelf heeft op allerlei gebied zeer groote wijziging ondergaan. Zelfs zijn naam is bezig, gewijzigd te worden. Nog heet het bij velen tlerusalem maai het is nu in handen der Jebusiten en de naam Jebus worstelt met kennelijken voorspoed om den voorrang. En grooter wijziging nog is op geestelijk gebied gekomen. De Koningstitel is voortaan Adoni-Zedek in plaats van ]\Ielchi-zedek. En de Priesterlijke waardigheid is op den achtergrond gekomen voor de Koninklijke, evenals het rijk van Maïn zijn naamsverandering heeft tot het rijk van Sjeba; en te zijner tijd van een Priesterrijk in een Koninkrijk overgaat. De religieuse verandering is daarbij niet ontwikkeling geweest maar ontaarding. Indien ei nog een heiligdom moge staan op den Moria, dan toch zeker niet meer een, dat aan den waren God is toegewijd. En wanneer de tijd zal gekomen zijn, dat dit ontwijde heiligdom zal verwijderd worden, dan acht men de open-

1) Mesopotamiërs. '2) Richteren 3 : 8—10. 3) Josua 10 : 1—5.

Sluiten