Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het grootste getal harer inwoners. vermeerderd door de onder hen zich vermengende kinderen des lands, — Hethitisch in wapening, zeden, gewoonten, kunst, geestesrichting (;n soms zelfs kleeding, — maar van het Jerusalem uit Abrahams dagen ten eenenmale vervreemd.

En mag al de onpractisclie kleeding der Hethiten de meesten niet bekoren, en mag dus ook zelfs nog menig Babylonisch gewaad1) den Babylonisch gevormden Amoriet bekleeden en zijn sierlijke gestalte gunstig doen xiitkomen, — misschien wordt de Babylonische zonnegod Nin-ip nog wel vereerd; maar het is de Eel Ngeljoon. Wiens naam Ebed-Tob in gevaarlijke dwaling aldus vertaalde, in de dagen van Pharao Amenophis 1Y (Choe n-Aten), niet meer.

En nu wij dit weten, is onze lust om naar eenig Jerusalemsch heiligdom op te gaan, geweken. Of er gewijde visschen in een waterbekken zijn of niet; of men er ossen, paarden, arenden, beren of leeuwen houdt als heilige dieren; of er altaren, waschvaten en voorhangsels zijn, gelijk de Hethiten dit hebben; of er soms een soort verzoendeksel is, gelijk sommige oude Babylonische tempels kenden; of er soms ook een altaar is zonder bijbehoorend standbeeld ter eere van den zonnegod der Hethiten; of men er ook beelden heeft waarvan, evenals later in den grooten tempel te Mabog, wordt beweerd, dat zij wonderen doen en orakelen geven, boeit U voor het oogenblik niet meer.

En wanneer Gij terugdenkt aan de afwijzing van het menschenoffer op Jerusalems heiligen berg door den waren God geopenbaard, dan zoudt Gij wel eens willen weten of hier de Noord-Hethitische offers al dan niet in zwang zijn. Maar van het dooden in particuliere huizen der in de

1) Josua 7 : 21.

Sluiten