Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de gespen, die hun kleeding bijeenhouden, zult (rij hen niet als Hethiten kennen; andere volken hebben ze ook. Maar wel aan de spitse tiara's of om het hoofd sluitende kappen op hun hoofden, en aan de vaak gedragen wanten, die handschoenen met duimen en zonder vingers, welke (in koude landen zoo practisch en in heete landen zoo onzinnig) de herkomst der Hethiten uit Noordelijke sneeuwstreken en berglanden even duidelijk aanwijzen als hun lang van voren opgewipt sneeuwschoenachtig schoeisel, waaraan zij overal te kennen zijn.

Maar we zijn reeds de poort genaderd. Zie nog even naar dezen binnentredenden Philistijn, wiens vreemd helmachtig hoofddeksel hem en zijn bondgenoot, den Zakkoer van Cyprus, zoo aanstonds doet opmerken. Zijn klein, onbehaard, gezicht, onontwikkelde wenkbrauwen, rechte, bijna niet van het voorhoofd gescheiden neus, zijn Grrieksche tunica en gordel, zijn helm met gevederden rand in bronzen band gezet, en — in oorlog — zijn breed slagzwaard, rond schild en speer, maken hem èn nu, èn in oorlogstijd Uw aandacht ten zeerste waardig.

En nu keeren wij aan het tot Jebus geworden Jerusalem den rug toe. We herkennen er de oude stad van Salem niet meer in. Laat er de weelde nog wat stijgen, de bevolking nog wat bonter worden. Laat Kanaaniet en Amoriet en Hethiet er de maat zijner ongerechtigheden, afgoderijen, bloeddorstigheden, en onzedelijkheden vol maken. Laat straks zelfs den naam van den reeds lang vergeten God des vredes verdwijnen en Jerusalem bij voorkeur Jebus worden genoemd. Het is niet voor zeer langen tijd. Weldra staan de Kinderen Israëls aan de oevers van den Jordaan. Slechts een kleinen tijd, dan zal Jeruzalems stadsmuur door Juda's krijgers doorbroken ')

1) Richteren 1 : 8.

10

Sluiten