Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Egypte's Priesters eischten, dat wie tot hen zou toegang hebben, rein zou zijn gelijk zij, evenzoo moest de Joseph van het geslacht der Apoerioe, der Hebreeërs , met Egyptische hoofd- en haarbeschering komen voor den Koning. Zoo wordt bij dan tot den barbier gevoerd, die hem voor zich doet nederknielen en met het fijne bronzen scheermes ') geheel het hoofd bescheert, alleen den spitsen, wellicht nog door kunst wat gestijfden kinbaard ontziende, na dien zoozeer te hebben ingekort , dat het geen Konings- of hovelingsbaard kan wezen; maar slechts een geringen onderdaan aanduiden kan. Blijft deze Joseph, zoon van zekeren Aziatischen Bedawin-Vorst .lakob of Jakob-El uit Opper-Syrië 2) (naar de Opperschenker des Konings beweerd heeft) in slavenstand, dan is natuurlijk zijn uiterlijk van geenerlei beteekenis. Wordt hij vrijgelaten, maar voorts laag in rang gehouden, dan is de kaalheid, die Hebreeën zich tot schande rekenen zouden, hem in Egypte meer tot eere dan tot smaad. En mocht liij — wat niet zeer waarschijnlijk is, maar toch mogelijk in een land, waar met voorbijgang van hooge hofdignitarissen wel eens een oppersclirijver tot „Vriend des Konings benoemd is — tot hooge eere stijgen, welnu, dan neme hij zich een der liofpruiken, wier dichte en stijfgeordende lokkenmassa's van menschenhaar of wollen draden hij op de muren der graven, tempels, en paleizen aanschouwen kan, evenals zij in werkelijkheid de hoofden der Koningen en hunner grooten dekken bij hun leven, en bij hun sterven hun worden medegegeven in hun graven. Dan zal hij in die wisseling van haartooi slechts doen, wat reeds vroeger het voorgeslacht van Pharao Apepa gedaan had, toen het den vollen baard en de lange lokken der

1) Een zeer veel op onze modellen gelijkend exemplaar ligt in het museum van de Louvre te Parijs.

2) Palaestina.

Sluiten