Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godin Hat Har ernstig en plechtig op den aanschouwer neerziet in zijn soms vergulden glans onder den blauwen hoofddoek met zijn lichtroode en gele strepen. alles scherp atstekend tegen het zwart van wenkbrauwen, wimpers en oogappel en het wit van het hoornvlies, of dat het achtkantige of zestienkantige gegroefde zuilen waren met open kelkkapiteel en bladversiersels, dan wel of vier- of zestien-stengelige lotuszuilen die herinnerden aan bijeengebonden lotusstengels met hun kronen tot kapiteel en op eenvoudiger voel stuk dan de rijkversierde voet van andersoortige zuilen, de Egyptische zuil geeft in haar groote dikte bij naar evenredigheid betrekkelijk geringe hoogte (een verhouding van een tot vijf ot zelis een tot vier), maar fijne bewerking en rijke versiering een indruk van rustig verheven kracht en vorstelijk ernstig schoon die door de hoogere en slankere zuilen der Jivana ') en hunner stamverwanten te vergeefs zal worden nagestreefd.

Dat Pharao Apepa van Aziatische afkomst is kan ook door de afbeeldingen in zijn hofstad blijken, inzooverre Aziatische gelaatstrekken U tegenzien uit de aangezichten der beelden zijner voorvaderen en van hemzelven. De figuren hebben nog de zuiverheid en levendigheid, die de oudste Egyptische kunst zoo gunstig doet afsteken bij die van Mozes' tijd of later. Maar de kleuren beginnen reeds aan regelen gebonden te worden. Uit de gebezigde kleuren of kleederen blijkt het derhalve niet altijd even sterk. Naar de vaste (voor duizende jaren onveranderd geldende) regelen wordt alles geteekend en geschilderd. Op den donkeren grond de zeven hoofdkleuren: zwart, wit, blauw, geel, groen, vermiljoen en roodbruin, in allerlei nuanceering en afwisseling maar in voor ieder lezenskundige (en wie kon niet lezen en schrijven in Josephs tijd?)

1) Ioniërs.

Sluiten