Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug in eerbiedvolle verwachting. Reeds beginnen zich hoofden te bukken en knieën ietwat te buigen als in voorgevoel van het aanstaand huldebetoon. Want de audientie ten liove is blijkbaar ten einde; en het heeft er al den schijn van, dat de Koning, dien zij aanbiddend vereeren als „ den grooten god" en „hun zonnegod" noemen, uitrijden zal om zijn heerlijkheid over zijn knechten te doen lichten. Bij het paleis is zulk een beweeglijkheid, de wachtende en steeds aangroeiende stoet der hooge beambten is zóó talrijk en zóó schitterend; zelfs zou een en ander doen vermoeden, dat ook de Priesteren, ja zelfs de hoofden der Priesterkaste, aan den optocht gaan

deelnemen Blijkbaar wil de Pharao zelf uitrijden,

en wel met zeldzaam ceremonieel en in ongemeene pracht. Reeds is een der prachtigste wagens van den Heer der beide werelden voorgebracht, en allen wachten met diepen eerbied de nadering van hem, wien alleen het recht toekomt om te rijden op Pharao Apepa's tweeden wagen.

Daar nadert hij, door des Konings „Verwanten" en hovelingen met bijna slaafschen eerbied begeleid. Daar neemt hij zijn plaats op den wagen in, en geeft aan 's Konings wagenmenner bevel om af te rijden.

Maar dat is toch niet de Zoon der zon? AVel heeft ook zijn aangezicht Semitische trekken in Egyptische omlijsting. "Wel blinkt aan zijn hand de prachtige gouden ring met lazuursteen, die des Konings welbekend zegelschrilt draagt rondom zijn zinnebeeld. Wel is zijn bijna doorzichtig fijn purperen gewaad als overkleed over het fijnste wit linnen, een gewaad, dat men — evenals de prachtige gordel en schortversiering — den „ Zoon der zon had zien omlijsten. Wèl hangt met gouden keten aan zijn bronzen halskraag een groote Koninklijke scarabaeus, een kever van grijze kleur met Uraeusslangen, sperwers en andere figuren aan den onderkant, den naam van een der Hyksos-lvoningen

Sluiten