Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen veelzeggenden, vreemdklinkenden, en tocli zoo indrukwekkenden, titel voor zijn aangezicht hoort roepen door des Konings herauten, — buigt U nog dieper voor hem! Strekt met nog ootmoediger smeeking hem de handpalmen tegen! En bij het weerklinkend galmend geroep „ Abrikkoe! Abrikkoe!" prevelt de Egyptenaar, terwijl hem een huivering door de leden vaart met stille ontzetting : „ Abrikkoe!" En herhaalt het de handelaar naast hem, uit het verre Oostersche land van Mitanni gekomen naar zijn wijze van uitspreken, en mompelt met diep ontzag: „Abarakkoe"; en met hem stemt in, wie uit meer Sumerische landstreek herwaarts tocg, en fluistert: „ Abrik!" Want evenzeer als deze Oosterlingen verstaat de Egyptenaar dit, heden zoo veelzeggend woord, al is het geen woord van zijn eigen taal. Door de Sjasoe overheersching, zijn Aziatische woorden hem sints lang niet meer vreemd. En ook afgezien daarvan, zou wien dit vreemde woord onbekend mocht geweest zijn, er slechts even de Egyptisch-Aziatische dictionnaires over hebben nageslagen. Hadden niet de schrijvers, die voor de briefwisseling in Babylonisch spijkerschrift moesten zorgen, woordenboeken van steen gemaakt? Daar stonden de oude Akkadische en Sumerische woorden van de vóórBabylonische talen, en daartegenover de vertaling inliet Babylonisch — de wereldtaal van Apepa's tijd. En wie, onverhoopt, het Babylonisch niet mocht meester zijn (al mocht dit voor een in de wijsheid der Egyptenaren onderwezen man schandelijk heeten), welnu die had dan maar even te zien in de Babylonisch-Egyptische woordenboeken van gedroogde klei of gebakken steen.

Indien immer de beschaving en wetenschap van Apepa's eeuw kunnen verloren gaan, indien immer het woestijnzand bibliotheken en archieven begraven onder de puinhoopen van tempels en paleizen zal bedekken, dan zal

Sluiten