is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koningen van onze on-Egyptische overheerschers, kon liet in de gedachten krijgen zulk een menigte Hebreeën uit liet gewantrouwde land der Amoe, hier binnen te halen. Wat zal dat in de toekomst geven?"

Maar Jakob en de zijnen hooren deze stemmen niet. Of indien zij er iets van bespeuren, zij vreezen ze niet. En de stoet trekt voort onder toejuichingen en eerbewijzen, totdat de aangewezen plaats der blijde ontmoeting in het Beneden-Egyptische land Grosen zal zijn bereikt.

III.

Met prachtig geleide heeft de Abrikkoe Joseph, de Onderkoning Saph-n-ti-pa-anch, de hoofdstad Tanis verlaten, om naar On, in het land Grosen, de naderende reizigers tegen te gaan. De knotsdragers gaan voor hem uit, de lansknechten en boogschutters volgen. Daar snellen U met vochtige, glanzige huiden, de roodbruine loopers en stafdragers voorbij, ruimte bevelend en plaats bereidend. Daar volgen de fiere, prachtig getuigde rossen, met den prachtigen, verblindend schitterenden, tweewieligen krijgswagen, door den hoogadelijken wagenmenner vast en sierlijk bestuurd. En op dien wagen is Egypte's Onderkoning Joseph-Zaphnath Paaneach gezeten, door waaierdragers en rijksgrooten omstuwd en gevolgd. En waar hij komt buigt ook zelfs de meest anti-Aziatisch gezinde ter aarde met bewondering, dank en ontzag: „ Heil U, Abrikkoe! Heil II, o Onderkoning! Heil U, o Yader van de beide Egypten, die ons allen bij het leven behoudt!"

Voedt hij hen niet, nu de heilige Hapi, de Nijl, vergeet hun genadig te zijn'? Is 't niet zijn raad en zijn beleid, die Egypte redt van den hongerdood?

13