Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de overoude bewoners des lands, uit de dagen toen de rijke beschaving van voor Abrahams tijd, nog niet Kanaans. dichte bevolking verfijnd (en natuurlijk. in daarmede evenredige mate verzwakt) had. De Hethiten en een deel der Amoriten, zien met ontzetting tegen hen op. I)e Philistijnen zoeken (en met gunstigen uitslag) hen niet te overwinnen, maar hen voor zich te winnen en zóó te verbreken. De Hebreeën noemen zich 1) „ sprinkhanen in hunne oogen", en hun steden „zeer vast en zeer groot

Bij de, door beschaving en allerlei andere oorzaak, zwakkere en kleinere latere bezoekers en bezitters vergeleken zijn de zonen van Rapha, de Rephaiten vanGath, ijzingwekkend groot en sterk. Moge al in later eeuw de stam van Manasse 2) Ephraïms nederlaag wreken, voor het heden baat de moed van Ephraïms plunderende nakomelingen hun niet, zoomin als de reeds gemaakte veroveringen, die hen de Rephaiten op het gebergte hebben doen ontmoeten (misschien wel afdalende ontvluchten). De Rephaïten van Gath, de mannen die daar de oorspronkelijke inboorlingen zijn, strijden voor gezin en goed manhaftig den strijd. Machtige steenworpen, door reuzenvuisten geslingerd, vellen kloeke krijgslieden neder. Een hagel van pijlen zaait beiderzijds dood en verderf.. Met boog en knots eischen ook lans en werpspies hun aandeel in het bloedige feest. Misschien hebben de krijgers zich het hoofd beschut met metaal en met geschubde ijzeren kleedij het lijf zich geschut, maar sehutvrij voor het schutgevaarte der door geoefende herdershanden gezwaaide slingers met hun steenenregen maakt het niet. En waar pijl, spiets en steenworp niet doordringen, daar vindt wel de geoefende zwaardvoerder een weg, of breekt

1) Numeri 13.

2) 1 Kronieken 18 : 11.

Sluiten