Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bebloede bronzen bijl zich in vreeselijke breuke wel baan. Gegil en gebrul en wapengekletter, in wolken van stof en stroomen van bloed. Straks vlieden de plunderaars, voor hun reusachtige bestrijders uit, Zuidwaarts, van bun wakkerste hoofden beroofd en zonder het vee der mannen van Gath. En de Egyptenaar, die hen in smaad en vernedering ziet wederkeeren, vangt aan zich te verlustigen in het leed der gewantrouwde Amoe in Gosen, blijde dat de kinderen van het Oosten — zijn bevrijdingsplannen ten goede — elkander hebben ten verderve gebracht. Weldra zal, hoopt hij, de macht der Hebreeën (evenals die der Hyksos) gebroken zijn; zal er een einde zijn aan de, hem ergerlijke, bevoorrechting en misbruikte vrijheid van de Hebreeën in Egypte.

VI.

De tijd der Hyksos is gevolgd door het roemrijk en echt Egyptisch bewind der achttiende dynastie. En deze dynastie zelve bezwijkt aan hare vermaagschapping met de vorsten van Mitanni en andere Aziatische neigingen. De Egyptenaar duldt geenerlei Semitisme meer in zijn land. Vooral niet, wanneer Amenophis IV het met geweld en vervolging zelfs in den godsdienst overheerschend maken wil. Hij moge zich Choe-n-Aten noemen en ver van Thebe zich in Choe-t Aten (het latere Tel-el-Amarna) een nieuwe hofstad bouwen, — kort als zijn rijk en zijn invloed zal zijn hofstad zijn. Straks komt in de negentiende dynastie de belichaamde oud-Egyptische reactie aan liet woord, om in Tanis bij Gosen te voltooien, wat voor eeuwen Raskenen te Thebe begon. Zwaar drukt de hand van Seti I, zwaarder nog die van Ramses II, op iederen vreemdeling. En wanneer straks bij het ver in het ïvoord-

Sluiten