Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oosten gelegen Kadesj aan den Orontes, de Zuidelijke hoofdstad der Noordelijke Hethiten, Ramses II tegen de Hethiten en hun bondgenooten, alleen door de uiterste inspanning van alle krachten met moeite zich staande houdt, mogen allen die in Egypte voor stamverwanten der Aziatische volkeren worden gehouden, wel met ontzetting zijn terugkomst tegenzien. Ramses en Meneptah zijn voor de Hebreeën in Egypte namen vol ontzetting.

Hoe zijn de Hebreeën in Egypte gezonken.

Geen hofbetrekkingen nu. Geen eereplaatsen en voorrechten. Geen vrijheid van komen en keeren. Geen rooftochten naar het land der mannen van Gath.

In sommige steden van Pi Kos of Kosem vindt Ge Hebreeërs huizen bewonende, ruwe boerenhoeven van gebakken steen opgetrokken en met menigte van veestallen. In de huizen de oude tentverdeeling ook toegepast in de scheiding van mannen- en vrouwenverblijven. Egyte's hoogschatting van de vrouw en haar vrij zelfstandige positie heeft wel aan de vrouwen der Hebreeën meer vrijheid en recht vergund, dan vaak vrouwen in steden van andere Oostersche volken te beurt valt; maar zoo vrij als de vrouwen der Egyptenaren zijn de vrouwen der Hebreeën niet.

De huizen zijn niet met Egyptische weelde ingericht. Het is meer de overgang van het tijdperk der hutten en tentlegers tot dat van den huizenbewonenden stedeliug.

Hier mogen wel de schrijvers en archivarissen wonen, die de geslachtslijsten hunner stammen bewaren en de letterkundige rijkdommen hunner voorvaderen of de geschriften hunner eigene dagen. Want aan oude geschriften en geordende geslachtslijsten ontbreekt het den Hebreeën niet. Hoe ook verdrukt en vertreden, lezen en schrijven kan, zoo al niet ieder dan toch het meerendeel, van Israël, 't Zou ook ongerijmd zijn anders te denken van

Sluiten