is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Israëls volksleven naar de ordinantiën Gods, en tevens op het inwendige der stad, voor zooverre zulk een Oostersche stad iets te zien bieden kan.

De palmboomen voor de poort in een groep bijeenstaande, in liefelijke vervanging van de vrij nietige eiken (zoo ongelijk aan die van Basjans wouden) en niet zeer indrukwekkende terpentijnboomen, en vervolgens minder geregeld van atstand tot afstand aan te treffen langs den weg, die van uit deze poort naar Jerusalem voert, verspreiden hier een koelte en schaduw, die in een land als Kanaan niet genoeg te waardeeren zijn. en waardoor het in en nabij deze poort, nog meer dan anders uitlokkend en geschikt wordt zoo voor gezellig verkeer als voor handelsbezigheden of rechtspraak.

De poort zelf is dan ook hiertoe opzettelijk ingericht. Het is niet maar een eenvoudige doorgang; maar integendeel een ruime zaal, waarin aan de beide tegenovergestelde zijden in- en uitgangen zijn. Aan de twee andere zijden daarentegen, en aan de niet door de deuropeningen ingenomen ruimte der andere wanden zijn divans aangebracht, deels met kleeden of kussens belegd, deels daartoe nog gelegenheid biedend, welke U uitlokken, de beenen onder U te kruisen, en er U neder te zetten in de rustigpeinzende houding van den zelf niet belanghebbenden opmerkzamen beschouwer.

Wat de verdere inrichting der poort betreft, — evenals bijvoorbeeld te Machanaïm *) en andere steden is deze zaal en doorgang het benedendeel van een vrij groot, ietwat torenmatig zich verheffend, gebouw met muren van geweldige dikte en sluitingen van groote sterkte. Op het dak kan men, nu de boogschutters te Jerusalem zijn, steeds een met schild en speer gewapend krijgsman

1) 2 Samuel 18 : '24, 33.