Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de daken omringd zijn 1), is dit het eenige, wat in Hebrons straten in het oog valt. en na zich zoo aan de omlijsting van het voor Westersche oogen en harten zoo wondervreemd tooneel te hebben gewend, en daarmede ten deele het eerste deel van ons doel met dezen tocht te hebben bereikt, wendt uitteraard zich nu onze blik naaide lang getabbaarde en breedgegordelde of kort gekleede, of in den gordel aan de lendenen opgeschorte, tulbanddragende bewoners van dit wonderbare land, die zich op de kussens en kleeden op de divans rondom de muren der poort hebben nedergezet, of er komende, staande, en gaande, ons aan alle zijden omringen, — opdat wij in hun gewoel (naar het tweede doel van ons reisplan) een uit het leven gegrepen beeld mogen krijgen van hun geheel eigenaardig volksbestaan, waarvau een hunner gewijde liederen2) jubelt, dat zij van alle omliggende volkeren onderscheiden zijn door een zeldzaam en onwaardeerbaar voorrecht: „Hij maakt Jakob Zijne woorden bekend; Israël Zijne inzettingen en Zijne rechten. Alzoo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijne rechten die kennen zij niet! Hallelu-Jah!

IV.

Het eerste, wat nu onze aandacht trekt, is een groep lieden, die met levendige gebaren, herhaaldelijk naar het Zuiden wijzende, in druk gesprek de poort zijn genaderd van de stadszijde, en zich nu naar de op een der divans gezeten rechters begeven. In opgewonden taal, met heftige bewegingen, brengt een hunner bij de rechters zijn be-

1) Deuteronomium 22 : 8; 2 Koningen 1.

2) Psalm 147.

Sluiten