Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is vei'richt, en in het alleen voor hem toegankelijke „ Heilige" des tabernakels het gouden reukofferaltaar bedienend; of vandaar uitgaand om Jehova's drievoudigen zegen te leggen op het volk.

Zoo is hij ook nu juist op weg, om een zeer eigenaardig werk te verrichten:

Acht dagen geleden meende, namelijk, een van Hebrons inwoners met grooten schrik in een der muren van zijn huis groenachtige en roodachtige diepinliggende vlekken te bespeuren. Overeenkomstig Gods Wet op de besmettelijke ') ziekten gat' hij hiervan ten spoedigste kennis aan de Priesters, en nu kwam zeven dagen geleden deze Priester dat huis bezien, dat intusschen door den bewoner ontruimd was, om niet met al het zijne onrein te worden. Na dit bezoek werd het huis gesloten, en nu gaat deze Priester vergezeld van den eigenaar (die in dien mand twee vogels, cederhout, hyzop, en scharlaken zal hebben) zien, ot' de plaag is uitgebreid. Mocht dit zoo zijn, dan kan de eigenaar zijn mand ongebruikt weêr met zich nemen; het huis moet afgebroken, en de steenen worden weggeworpen op een onreine plaats. Wordt echter de wensch van den eigenaar vervuld, dan laat de Priester de besmette steenen uitbreken en het huis atsclirabben; slacht vervolgens een der vogels boven een aarden vat met „levend" water; doopt cederhout, hyzop, en scharlaken in het water en het bloed; besprengt er zeven malen het huis mede; en laat den anderen vogel vliegen. Zoo wordt tegelijk in den middellijken weg het gevaar van besmetting beperkt, wordt de overdreven vrees voor dit gevaar getemperd, en wordt de hand Gods ook op het gebied der volksgezondheid geëerd; evenals in andere omstandigheden op weêr andere wijzen geschiedt met

1) Leviticus 14 : 34—57.

Sluiten