Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar Gods Wetgeving is rechtvaardiger. Daar wordt niet gebazeld over de onmogelijke en onzinnige gelijkstelling van de vrouw met den man; maar — wat beter is — in Gods Wet wordt de vrouw krachtig beschermd tegen den vertredenden voet des boosdoeners; en niet de onschuldige gestraft, maar de schuldige, het zij dan een inan ot' een vrouw.

In het onderhavig geval1) wordt allereerst onderzocht, en bewezen, dat zij in ondertrouw was. Dit toch verandert geheel den aard van het geding. Ware zij gehuwd geweest, dan ware een doodvonnis de onvermijdelijke uitspraak. Ware zij niet gehuwd nóch in ondertrouw, dan ware het einde een boete van vijftig zilverlingen, en de plicht om haar te huwen met verlies van het recht van echtscheiding. Nu zij eene bruid is, staat zij voor de Wet in deze met eene gehuwde gelijk. Den roekelooze, die haar levensgeluk verwoest heeft, wacht onherroepelijk — want hij is opgespoord, en komt zijns ondanks eindelijk tot bekentenis — de dood. En een steenhoop zal nog lang daarna aan Juda herinneren, — in beschamende getuigenis tegen later, in naam zooveel beter, tijden, — dat, waar Gods ordinantiën in eere zijn, rechtvaardig gehandeld wordt, zelfs al geldt het een vrouw, en al is het een misdaad op zedelijk gebied. „ La recherche de la paternité" wordt door Gods Woord niet verboden, maar gëeischt.

51 aar daarom geen sentimenteel dweepen met vrouwelijke zwakheid; nóch onvrouwelijk makende overschatting van vrouwelijke kracht. Is zij mede schuldig, dan sterve ook zij! Gelukkig voor Deborah is het afdoende bewijsbaar, dat de weg eenzaam en hulpe zelts niet te beroepen was. Haar klagend noodgeschrei kon niet worden gehoord. Zoo

1) Deuteronomium 22 : 22—29.

16

Sluiten