Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewond had, terwijl de eigenaar van dat dier wist, dat

het „stootig" was, dan moest er van doodvonnis gesproken;

in het laatste geval zelfs beide het dier en zijn eigenaar gesteenigd (want de Wet (iods is niet atomistisch); maar in dit geval schreef de Wet voor: „De heer des kuils zal het vergelden; hij zal aan deszelfs heer het geld wederkeeren; doch dat doode zal zijns wezen. En dienovereenkomstig wordt nu het vonnis gewezen: Het dier aanstonds geschat, geleverd, en betaald. Want (iods A\ et wil niet alleen goed recht, maar ook (met afwijzing van listige exceptiën en tijdroovingen) snel recht. Jarenlang sleepende rechtszaken, met al het onrecht in zulk recht gewikkeld en uit zulk recht geboren behooren, bij dit, kennelijk bevoorrecht, volk niet tehuis.

Heel wat meer zielelijden en heel wat zwaarder uitspraak zijn verbonden aan de volgende zaak. Reeds te lang had hij gewacht, de hartstochtelijke man met zijn verwrongen gelaatstrekken en somber gloeiende blikken. Veel te snel daarentegen mag het pijnlijk oogenblik zijn nabijgekomen voor dien diepbedroefden vader met zijn eerwaardigen grijzen baard, en voor die ineengekrompen vrouwe, die als in radelooze vertwijfeling tot hem opziet.

Ze waren zoo gelukkig geweest, Mirjam, Sjaphans dochter, en haar Nguzziël in de eerste maanden van hun huwelijk. Maar booze tongen hadden ergerlijke geruchten gefluisterd, en hetzij terecht, hetzij het negende gebod ten spijt, geloof gevonden. En dezen morgen heeft Xguzziël den grijzen Sjaphan schuimend van woede toegebeten, wat de laster hem in het oor had gesist. Daarop was hij huiswaarts gegaan, de voorpoort door-, den binnenhof over-, het vrouwenverblijf binnengestormd, had er Mirjam in gloeiende drift heur ontrouw verweten, en haar ongesluierd aan het lange hoofdhaar de voorpoort uitgesleept. Toen had hij haar voor zich uitgedreven in woesten toorn met

Sluiten