Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden van grimmige dreiging, zonder op haar houding te letten of' het oor te leenen aan haar woord. En Sjaphan mocht gelooven aan het goed recht van de appel zijner oogen, — wat vermocht hij tegen dezen ontembaren hartstocht? Slechts dit had hij verkregen, dat Xguzziël althands niet eigen rechter was gebleven; en zoo was dan de treurige stoet gekomen voor de Oudsten in de poort.

Daar staat nu de jeugdige vrouw, alleen te midden van al deze mannen, ter linkerhand van de Oudsten. En rechts — o, 't is te wreed! — staat hij, dien zij liefheeft, haar man. eens haar steun en beschermer, nu de verbitterde aanklager, die haar smadelijk doodvonnis eischt.

„Stemt Gij dit alles toe?" vraagt na een tijd haar de Rechter.

Toestemmen? Wat? Den laster, dien geheel haar hart verafschuwt? De misdaad, waarvan zij afkeer heeft? Maar wat zal ontkennen baten? Wat één gelogen heeft, zeggen en gelooven nu zoo velen?

Maar Eén Getuige heeft zij zeker. De God van Israël is een God van gerechtigheid, 't Is, alsof zij die verzekering gelezen heelt in haars vaders betraand, ten hemel geslagen, oog. Ja, het volk dat zijns Gods wetten eert, wordt ook door dien God niet in verlegenheid gelaten. Daar is voor haar — nu zij onschuldig is — een weg ter redding en zelfs tot herwinning van verloren eer, ja zelfs van Nguzziëls liefde. En met herkregen kalmte slaat zij het schoone oog tot de Rechters op met ernstigen blik: „Ik betuig voor Jehova, dat ik onschuldig ben," is haar antwoord. „Ik wil den eed der zuivering zweren." ')

Door dit antwoord — waar alle bewijs in de zaak ontbreekt — is de rechtsbevoegdheid van Hebrons Oudsten vervallen. Twee mannen worden daarom door hen aange-

1) Numeri 5 : 11—31.

Sluiten