Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de leiding Gods Koningschap en Priesterschap voor hen overbekende zaken waren, lang eer zij zeiven ze bezaten, en besnijdenis en Sabbathviering hun bekend waren lang vóór Gilgal of vóór Sinai, — zoo is ook de wet deivrijsteden niet onvoorbereid. Eeuwen vóór den intocht der Kinderen Israëls in Kanaan, waren de oude Hethiten ten Noorden van Syrië en Phoenicië reeds gewoon vrijplaatsen voor misdadigers te hebben, /ij hadden steden, waarvan ieder inwoner aan den beschermgod der plaat* gewijd was (onder anderen Komana in Kazawadana 1) (hun stamland) en Ephesus (waar het in de Handelingen deiApostelen zoo bekend geworden beeld. in aansluiting aan den dienst eener Godin, wier vereering van de oude Hethiten afkomstig was); en deze en andere dergelijke heilige steden als Kadesj aan den Orontes en Karchemisj aan den Euphraat golden als vrijplaatsen voor doodslagers, schuldenaars, en staatkundige misdadigers. Zouden de Hethiten in Kanaan niet door hun samengaan met de Amoriten invloed geoefend hebben ten deze, zoodat hieruit Kadesj zijn naam (heilige stad) ontving, en Hebron

asylrecht had.

Gods Wet geeft een beter asylrecht, dat niet ter schuilplaats voor de misdaad kan worden (wat maar al te vaak bij de Hethitische vrijsteden het geval was). Bij Gods Wet is het misbruik afgesneden. En het gebruik geheiligd. En geheel de beteekenis der vrijsteden allerheerlijkst verschillend van de vrijsteden der Hethiten. Bij de Hethiten was alleen sprake van berging van het lijf. Maar in de Wet des Heeren was het ook wel redding des levens; doch hoofdzakelijk verordend ter afschaduwing van Gods heilsweg tot behoudenis der ziel.

Zal Abjathars stervensure het heil der vrijstad voor

1) Kappadocië.

Sluiten