Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jaïr en zijn lotgenooten voltooien, — het sterven van den Komenden Hoogepriester, van wien Abjathar slechts als voorafschaduwing gelden kan, van Jezus Christus, zal voor elk schuldbelijdend en heilzoekend zondaarshart beide vrijstad en vrijheidsure wezen. Zalig, wie Dien Christus tot zijn Vrijstad en tot zijn Hoogepriester heeft, bij Hem zijn schuilplaats vindt en in Zijn sterven leeft! Gelijk de dood van den Hoogepriester uit Aarons !) geslacht den tot de vrijstad gevloden banneling duurzaam bevrijdt van elk gevaar, — ja zelfs van iedere vrijheidsbeperking, — door des bloedwrekers grimmigheid en oefening van straf vorderende gerechtigheid, — zoo zal eenmaal, in hoogeren zin en met heerlijker werkelijkheid, deze Hoogepriester Christus liefelijk genaamd worden 2): „ Jezus , die ons verlost van den toekomenden toorn."

De avond is inmiddels in weinige oogenblikken gevallen. De tijd van het avondoffer te Jerusalem, het „tusschen de twee avonden", is verstreken; het is reeds twaalf [of naar Westersche tijdrekening zes] uur geworden. Hebrons Oudsten en Rechters en Leviten hebben reeds met de menigte het poortgebouw verlaten, en de buitenste poortdeur is reeds zorgvuldig gesloten. Ook Jaïr en de laatst achterblijvende lieden van Hebron verlaten het poortgebouw en gaan huiswaarts. Mij dunkt, al is Jaïrs nieuw tehuis een ander dan het huis, werwaarts wij willen inkeeren, wij zullen toch wel doen met in deze zijn voorbeeld te volgen, en met de betuiging: „Welgelukzalig is het volk, welks God de Heere is," 3) onzen dag hier te besluiten bij

DE POORT VAN HEBRON.

1) Eigenlijk: Aharoons.

2) 1 Thessalonicensen 1 : 10.

3) Psalm 144 : 15.

17

Sluiten