Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschrift1), waarnaar toen het vonnis geveld is: „Wanneer ook iemand het oog van zijn slaaf, of het oog van zijn slavin slaat, en verderft het, hij zal hem vrij laten gaan voor zijn oog." Gij ziet, de zaak was voor Mered verloren, evenals later voor Joül alle tegenkanting vruchteloos geweest is."

„Dat is juist, wat ik beweerd heb, zoon van Chilkijah,' merkt de jongere tochtgenoot op. Uw eigen verhalen bewijzen de waarheid van mijn beweren, dat de slaven bij de vrijen niet achterstaan."

„ Dat zou de oude Zebadjalioe U wel anders uitgelegd hebben," luidt het antwoord. „ Onder de voorschriften van Jehova, die hij toen voorlas om aan te toonen in welk verband de bepaling voorkwam, waren ook eenige over mishandeling van vrijen. Vergelijk die maar eens: Wanneer een slaaf mishandeld is tot verminkens toe, heeft de overtreder alleen de geldelijke schade van een slaaf te moeten vrijlaten. Maar wanneer dezelfde man een vrije zoo zou verwond hebben zou de regel gegolden hebben:2) „Oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, brand voor brand, wond voor wond, buil voor buil." En bij mishandeling met doodelijken afloop 3) zelfs: „ ziel voor zielHet verschil is in het oog loopend, niet waar?"

Ons gesprek over de rechtsgeleerde mededeelingen van Zebadjalioe komt tot een onverwacht einde. Want daar voor ons midden op den weg bij den ingang van het landhuis van Nganani ligt een vrouw, zich krommend en schier wentelend in een hartstochtelijke uiting van pijn of smart. Zie haar wild rukken aan de haarvlechten, zie haar verscheurd gewaad, zie haar woeste bewegingen. En

1) Exodus 21 : 20.

2) Exodus 21 : 24, 25.

3) Exodus 21 : 23.

Sluiten