is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien sommigen van het nemen van woekerwinst en andere verkeerde praktijken verdenken, is in Bethlehem verre van algemeen geacht. Zoo had Petachja al aanstonds veler sympathie, toen hij tegen Pasjgur opkwam. Entoen het bleek, hoe onredelijk hij behandeld was, en aan welke kwellingen hij had blootgestaan, was de verontwaardiging algemeen. Pasjgur scheen hem geheel als een slaat beschouwd en behandeld te hebben. en was dan nog bovendien voor dien denkbeeldigen slaaf blijkbaar geen zacht of toegeefelijk meester geweest. Wanneer het nu werkelijk een slaaf geweest ware, zou menigeen de schouders opgetrokken hebben, en gezegd hebben: „Wat wilt (jij? Dat is nu eenmaal slavenlot! Maar nu het een \iij< gold, volgde natuurlijk de straf op de misdaad. Dat Petachja oorspronkelijk geen Hebreeër was, maakte ten deze geen verschil. De wet kent in dit opzicht geen onderscheid. Ook de vreemdeling heeft in Israël zijn welomschreven welbeschermde rechten. Het gold hier alleen de tegenstelling tusschen vrij en onvrij. En in het boek „Dit zijn de woorden" ') zegt Jehova door den dienst van Mozes met ondubbelzinnigen nadruk 2): „ (rij zu^ '|en armen en nooddruftigen daglooner niet verdrukken, die uit uwe broederen is, of uit uwe vreemdelingen, die in uw land

en in uwe poorten zijn.

De tweede der drie bedoelde zaken was van geheel anderen aard, en hing samen met een geheel eigenaardige instelling bij Jehova's volk. In liet boek „En Hij riep ^ ) staat een bepaling, die bij deze gelegenheid in toepassing is gekomen. Deze bepaling is duidelijk genoeg. En het is wel een droevig teeken van geestelijk verval, dat iemand deze sints eeuwen bekende bepaling zoo geheel vergeten

1) Deuteronomium.

2) Deuteronomium '24 : 14.

3) Leviticus.

18