Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon als uit deze zaak bleek. Het is trouwens geen vreemde zaak, hoe droevig ook. Want menigeen leeft in deze dagen, alsof de Wet niet bestond. Ja, wanneer het zoo blijft verergeren, als het sints Salomo's dagen achteruitgegaan is, zouden Wetskennis en Wetsrollen nog wel eens zeldzaamheden kunnen worden, terwijl zij in de dagen van onze groote Koningen David en Salomo vrij algemeen werden aangetroffen. Moge Juda voor dieper zinken bewaard blijven, opdat niet misschien later ') een of ander zeldzaam geworden Wetboek tegen Juda getuige!

Het heeft er ten minste al den schijn van, alsof voor menigeen de Wet van liet Sabbathsjaar 2) niet geschreven is. Menig land rust, denkelijk, in het Sabbathjaar niet, of slechts ten deele. Op onkunde aangaande deze 3) wet nu berustte de aanklacht van den bekenden grondeigenaar Tirchana tegen den daglooner Motsa.

Tirchana had nog wel tot op zekere hoogte de Wet van het Sabbathsjaar in eere gehouden. Hij had zijn akkers niet bezaaid en zijn wijngaarden niet bewerkt. Maar ten aanzien van hetgeen nu op den akker groeide en in zijn wijngaard was hij van de Wet onkundig. Nu wandelden Motsa en Chozeba en Lsjthemoang en eenige andere daglooners in dien tijd meermalen naar de wijngaarden en akkers van Tirchana. En natuurlijk namen zij daarvan dan hun deel zoo vaak hun lustte, want dat was hun recht;i) volgens de Wet van het Sabbathsjaar. Niet alleen, dat men door een korenveld gaande aren plukken en korrels eten mag, wat — gelijk ieder weet—ieders recht is 4), maar in het Sabbathsjaar mag men zich veel meer vrijheid veroorloven. Dat zullen onder anderen Chozeba

1) 2 Kronieken 34.

2) Leviticns 25.

3) Leviticus 25 : 4—7.

4) Deuteronomium 23 : 25.

Sluiten