Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chonanjah had namelijk van verschillende arme lieden goederen in onderpand genomen. Hieronder was ook geweest de bovenste molensteen van den eenigen handmolen der arme weduwe Mangacha, die buiten haar schuld zeer achteruitgegaan en eindelijk in de handen van Chonanjah gevallen was. Daarna was hij naar Baroech gegaan en had van dezen zijn salmah als pand geëischt, en dat nog wel ingaande in Baroechs woning, en alzoo met overtreding der wet. Slechts met moeite had Baroech in die behandeling berust, en toen de avond gekomen was en hij nog niets van Chonanjah vernomen had, was hij naar hem toegegaan en had beleefd verzocht, dat hem zijn salmah (de groote mantel, die als overkleed dient, wanneer men uitgaat, en waarin de arme zich des nachts nederlegt om te slapen) zou worden teruggegeven gedurende den nacht. Als eenig antwoord vraagde Chonanjah, waar het geld was dat moest betaald worden, en weigerde daarop den schuldenaar diens simlah ]) mede te geven; ja liet hem zelfs, toen deze nog aanhield, smadelijk en met ruw geweld wegdrijven door zijn slaven. De beleedigde zeide, dat dit den gierigaard heugen zou, en bevond zich den volgenden dag voor de oudsten met een driedubbele aanklacht.

Zijn eerste aanklacht gold de schandelijke behandeling der hem bekende weduwe Mangacha. Nu weet ieder, hoe het met zulke molens gesteld is. Ze zijn onmisbaar om het leven te behouden; want al wat gemalen moet worden, moet bij de armen op deze wijze geschieden. Wie rijk is, laat het door slaven doen. Waar veel krijgsgevangenen zijn gebruikt men dezen 2) er voor. En onlangs hoorde men iemand vragen, of men de molens niet zóó zou

1) Hetzelfde als salmah. Een medeklinkers-omzetting, als in „geps" en „gesp" bij velen.

2) Kicliteren 10 : 21; Klaagliedeien 5 : 13.

Sluiten