Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel zou vermoeden, heeft de Wet nog een ander redmiddel aangewezen. Een redmiddel, waarin in beginsel een verwerping van geheel het wezen der slavernij gelegen is. En waardoor de al te groote willekeur der meesters een wezenlijke beperking ondergaat.

Toen Sjimengi den zoon van Gera zich de voltrekking van zijn uit gratie opgeschoven doodvonnis op den hals gehaald heeft, bevond hij zich niet alleen op een weg die tot onbesneden Heidenen voerde, maar handelde hij ook tevens naar Heidensclie zeden en in strijd met de Wetten van Juda. Gij herinnert U het geval immers? Na drie jaren gedwongen verblijf binnen Jerusalem. maakte hij zich op ') en ging naar Achisj den Koning van Gath om twee weggeloopen slaven te gaan opvangen. En, wat in Israël ongehoord zou geweest zijn, geschiedde hier: Zij werden hem inderdaad uitgeleverd, en hij bracht zijn slaven van Gath naar Jerusalem.

Geheel in strijd met de Wet zijns Gods, gelijk geheel zijn gaan in strijd was met het uitdrukkelijk bevel zijns Konings. Waarlijk, hoewel Sjimengi den weg ging, dien hem werkelijk tot zijn doel voerde, — in meer dan één zin was de zoon van Gera bij dien tocht op een verkeerden weg.

Deze Sjimengi is helaas niet de eenige vergeter van Jehova's Wetgeving. De steden van Juda houden zich over het algemeen goed aan de bepaling, die ik op het oog heb. Maar dat is denkelijk voornamelijk het gevolg van de wetskennis der Levitische bijzitters in de gerechtshoven. Althands de meeste meesters schijnen op dit punt zeer gebrekkig van geheugen te zijn.

Daar hebt ge, bijvoorbeeld, den linnenwerker Mareesja. Wat heeft die niet indertijd hemel en aarde bewogen

1) 1 Koningen 2 : 39, 40.

Sluiten