is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den vorm van wetten en staatsinstellingen, waarin de Kinderen Israëls zoo rijk zijn: die lossing. Of is het niet een denkbeeld vol geestelijke leering, dat de hulpelooze, door eigen toedoen prooi eens geweldigen geworden, redding kan vinden bij een goi'1, een losser, die in zijn plaats het verschuldigde betaalt, en daardoor hem de vrijheid verwerft? Is het niet voorafschaduwing van den Grooten Groël, den Verlosser bij uitnemendheid, Die komen zal om den losprijs te betalen, waarmede Hij ten koste van Zichzelven de slaven des Boozen in den weg der Wet loskoopt van den door hun schuld tegen hen gekeerden eisch der Wet? ....

Maar nu hebben wij toch ten deele onzen tijd verpraat. Want met de voorbereiding voor Elingèzers oordoorprieming is reeds een aanvang gemaakt. Daat ons dus ons haasten naar de huizing van Acliban!

Acbban schijnt wel een zeer goed meester voor zijn slavengezin geweest te zijn; want, zie eens, twee slaven komen de oordoorprieming vragen. Het is niet eiken dag te zien, dat er één is. Des te meer merkwaardig en zeldzaam mag wel heeten, er nu twee zoo aan te treffen.

Hun motieven zijn echter niet gelijk, al toonen beider verklaringen, dat de slavernij hun niet ondragelijk is gemaakt. Sjamir komt tot dezen stap minder om zijn meester (al sluit hij bedachtzaam en beleefd in zijn verklaring ook dien meester in); maar meer in het bizonder om een andere reden.

Toen Sjamir, zes jaar geleden, zich had verkocht aan Achban, was al spoedig zijn oog gevallen op Bitja, de naar een Koningsdochter uit het land van Kemi 1) genoemde Egyptische slavin van Helah, zijns meesters vrouw, In het tweede jaar zijner slavernij was zij hem inderdaad

1) Egypte.