Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook ben ik geen taalgeleerde. Prins Chananjah1), de overste der legerschrijvers van den vorigen Koning, liad U dat beter kunnen verklaren. Ik zal mij nu maar liever bepalen tot wat ik zelf U mededeelen kan.

Een andere wijze van verbondsluiten dan is, dat eenerzijds of beiderzijds gezanten de zaak afdoen. Toen onze vaderen aldus de Heviten (Chiwwiten) van Gibengoon en omliggende plaatsen onderworpen en tot Nethinim gemaakt hebben, is deze onderhandeling tussclien hun gezanten en onze oudsten, gevoerd.

De persoon van zulke gezanten — laat ik U dit meteen even zeggen — is natuurlijk onschendbaar. Zij moeten natuurlijk der tegenpartij heilig zijn. Anders wierd immers alle onderhandelen onmogelijk, en daarmede elke oorlog een verdelgingskrijg? Wie zich aan gezanten vergrijpt, plaatst zich daarmede buiten het volkenrecht. Zoowel de Akkadiërs en onze voorvaderen van Ur 2) als de latere Babyloniërs, de tegenwoordige Assyriërs, de Egyptenaars, de geweldige Hethiten (Chittiten), de krijgslieden uit Van, en alle ons bekende volkeren sparen de gezanten zoo zij geen spionnen zijn. En heeft men zich eens aan gezanten vergrepen, dan is er geen genade meer. De zachte wetten van Jehova voor de behandeling van overwonnelingen zijn dan, onzes inziens, niet van toepassing. Zij, die n;et — gelijk ik — in den krijg een plicht zien maar een genot, kunnen dan hun lust naar bloed bevredigen. Dat heeft onze groote Koning David deze valsche Ammoniten eens doen ondervinden 3). Bij het overlijden van hun Koning had David gezanten gezonden. Zij hadden deze gezanten schandelijk beleedigd en hun baard en kleederen ter helfte afgesneden. Nu, wij hebben hen óók

1) 2 Kronieken 26 : 11.

2) Eigenlijk: Oer.

3) 2 Samuel 10 : 1—11 : 1 en 12 : 20 — 31.

Sluiten