Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen trokken de mannen van één geslacht , of van één plaats gezamenlijk op volgens plaatselijk onderling ovei'leg, en onder aanvoering van hen, die hen plaatselijk bestuurd hadden, of die door dezen waren aangewezen. Zelfs de verovering van Kanaan was min of meer volgens deze methode geschied. Van de Oost-Jordaansche stammen trokken eerst nog 40.000 man mede op; en enkele groote slagen werden gemeenschappelijk gestreden; maar weldra (getuige het Boek der ïtichteren) streden enkele stammen of deelen van stammen in verschillende deelen van het beloofde land elk hun eigen strijd.

Wel was er een algemeene regel, waarnaar de dienstplichtigheid beoordeeld werd. Koning Amatsjah r) heeft ook nu in den nieuweren tijd nog naar dezen maatstaf de sterkte van zijn leger bepaald. De diensttijd wordt, gerekend aan te vangen met den twintigjarigen leeftijd, gelijk Mozes reeds in de woestijn van Sinai geleerd heeft2). Doorloopen kan zij, al naar de nood vereischt, tot het vijftigste of tot het zestigste jaar.

Koning Saul is begonnen, zich een meer vast leger te werven, oordeelend, dat, waar allen krijgsman zijn, eigenlijk niemand in krijgsdienst is, bij dit stelsel. Zoo wist hij een 3000 man op de been te hebben3), en wist door een soort werving de openvallende plaatsen te bezetten 4). Koning David ging verder. Hij schatte zich een lijfwacht aan van 600 man, en vormde een staand leger van "288.000 man, waarvan elke maand 24000 dienst deden 5). Wel bleef de grondgedachte, dat elk man dienstplichtig was. Ook Josaphat schatte zoo zijn krijgsmacht

1) 2 Kronieken 25 : 5.

2) Numeri 1 : 3.

3) 1 Samuël 13 : 2 enz.; 24 : 3.

4) 1 Samuel 14 : 52.

5) 1 Kronieken 27.

Sluiten