Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats te zenden, of een of ander schokkend teeken ') rondbrachten, om te eischen, dat alle strijdbare mannen zouden optrekken. Ook wel weêrklonk dan bazuingeschal van hooge bergen2), of riepen boden krijgers samen naar eenig punt 3) met een bepaald strategisch doel. In al deze gevallen was de zaak dus niet voorbereid en was de handeling niet gecentraliseerd maar min of meer plaatselijk. Maar, was reeds Mozes begonnen, het volk in monsterrollen te doen opteekenen4), op dezen weg ging men later voort. Zoo heeft in het bizonder Koning Xguzzïjah, die groote hervormer van Juda'skrijgswezen, gedaan 5). Hij stelde er opzettelijk de ambtenaren voor aan, wier namen ons straks genoemd werden: Jengiël en Mangasejahoe, onder opperleiding van Prins Cliananja, om de 2600 aanvoerders en de 307.500 gewone krijgslieden te monsteren en behoorlijk te ordenen.

Hoe het onderhoud van zulk een leger moet gevonden worden, is een vraag, die bij zulke ordening zich aanstonds aan U opdringt.

Oudtijds onderhield elk zichzelf6), of zorgde elke streek voor het door haar geleverd contingent. Soms werd daartoe een bepaald aantal personen aangewezen, bijvoorbeeld 10 voor eiken strijder 7), om in zijn onderhoud te voorzien. Want geschiedenissen als die8) van Sobi, en Machier, en Barzillai. die als gastheeren van Davids leger optraden, zijn uitteraard zeldzame, gants onberekenbare uitzonderingen.

1) 1 Samuel 11 : 7.

2) Richteren 3 '• 27.

3) Richteren 7 : 24.

4) Numeri 1 : 18.

5) 2 Kronieken 25 : 11.

6) 1 Samuel 17 : 17.

7) Richteren 20 : 10.

8) 2 Samuel 17 : 27—29.

Sluiten