Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij genoeg wisten, nog eer Jozabad en de Ammoniten, die zich volkomen veilig waanden, uiteengingen. Vóór Jozabads terugkeer hadden zij aan de wachtposten de noodige bevelen gegeven. De uiterste schildwachten en de voorposten hadden hem dus vrij laten doorgaan; maar de wachten bij den ingang van het tentleger hadden zich plotseling op hem geworpen, hem geboeid en medegesleurd, en wat erger was — hem belet, iets te verbergen of te vernietigen, dat hij blijkbaar liever niet in hun handen zag.

De hoofdlieden geven en beëedigen hun getuigenis; Jozabad echter ontkent en bezweert zijn onschuld. Het bewijsstuk wordt door de wachters overgelegd. maar blijkt niet in één oogopslag ontcijferbaar te wezen. En hoe ook geperst, Jozabad weet veel van de afgelegde verklaringen in een ander licht te stellen, en maakt de zaak onzeker. Een oogenblik weifelt de rechter. De zaak is, zijns inziens , voldoende bewezen, en tóch — hij weet het — is in den verspiedersdienst schijnbaar verraad soms instrument en blijk van trouw! Daar verhelderen zijn trekken. Een verkenningstocht !) zal hem de oplossing geven. Hij laat de hoofdlieden gaan met vriendelijken dank, doet Jozabad onder zeer scherp toezicht in verzekerde bewaring stellen, en gaat zijn tent binnen met een zijner hoofdlieden over duizend.

Na eenigen tijd, wanneer de toeschouwers vertrokken zijn, begeeft deze hoofdman zich naar de boogschutters en naar de ruiterij, na vooraf een oogenblik zich opgehouden te hebben in des Konings tent. Willen wij nog de uitkomst afwachten?

Zie daar komen ruiters en boogschutters, van alle schitterend versiersel ontdaan, om verzwolgen te zijn in het nachtelijk donker. Want het is nieuwe maan, en

1) Josua 1 : 13; Richteren 7 : 9—15; enz.

Sluiten