Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zegelringen veel werk gemaakt. Men hecht er veel aan; dewijl er — afgezien van het sieraad — de onderteekening van al de brieven of actestukken mede geschiedt, evenals in de dagen der vaderen van ITr.

Maar met dat al begrijp ik toch nog het verband niet tusschen dezen zegelring en de verkenning in den afgeloopen nacht! Dat de Kinderen Israëls prachtig zegelsnijden kunnen, weet ieder, die de edelsteenen op borst en schouders des Hoogepriesters gezien heeft. Dat de Phoeniciërs en Babyloniërs het ook kunnen is ook algemeen bekend. Maar wat heeft dat met ons gesprek te maken ?

„ Beziet den ring nog eens nauwkeuriger, " zegt Xgazrikam glimlachend.

Nu, dan zullen wij hem nóg eens onder handen nemen. Eerst den ring, dan de zetting, dan den steen, dan het graveersel, dan het inschrift.... O, zie eens! ja, in dat inschrift is iets vreemds! üat men een zegelvlak neemt in plaats van een Babylonischen rolcylinder verklaart zich uit het veranderde schrijfmateriaal. Maar het vreemde van Ngazrikams zegelring ligt hierin, dat het opschrift niet Judeesch is maar Moabitisch en niet zijn naam draagt; maar onder eenige, waarschijnlijk oorspronkelijk afgodische figuren het opschrift heeft: „ Yan Kaïnosjechi," een Moabitische naam, waarvan de afgodsnaam Kamosj het voornaamste bestanddeel vormt.

Xgazrikam wordt daar juist ontboden, en kan ons dus geen verklaring meer aanbieden; we geven hem haastig zijn ring terug, en laten hein gaan. Maar ons is nu tocli wel duidelijk, dat een -Tudeeër zich als Moabiet heeft voorgedaan. Aangezien er bijna geen verschil is tusschen het Moabitisch, het Ammonitisch, het Assyrisch, en het Hebreeuwsch was deze rol dan ook niet zwaar.

De toenemende bedrijvigheid in het kamp toont, waarom

Sluiten