Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ngazrikam weggeroepen is. Men wil de Ammoniten op hun beurt overvallen in de, nu bekend geworden, nieuwe stellingen, en bereidt zich dus voor tot den aanval.

Al de ten aanval bestemde troepen stellen zich in aanvalsorde op; want het nu gekozen slagveld is zeer nabij. Daar komt Koning Jotham zelf in prachtigen krijgsmansdosch. Een schitterende verschijning, met edelgesteenten bedekt, alsof hij een der oude Hethitenaanvoerders geweest ware, maar — in weerwil van al dien tooi niet verwijfd maar een moedig krijgsheld. Hij richt naar de aloude zede het woord tot de menigte 1), wijst hen op het goed recht van den krijg, vraagt snerpend of er ook lafaards verlof begeeren om naar huis te gaan, waarbij een ontevreden gemor door de gelederen gaat, herwint de goede stemming door hen te prijzen wegens hun vorige heldenfeiten, gewaagt terloops van de verijdelde listen des verraders, wekt op tot vertrouwen op Jehova, en verzekert, dat de Ammoniten in den val zijn geloopen, en Juda's dapperen — zoo zij slechts met hun gewone dapperheid en gehoorzaamheid te werk gaan — hun voeten op de halzen van Ammons bevelhebbers zullen zetten 2); dewijl de zege gewis mag heeten.

Terwijl het hoofdleger hoorde naar des Ivonings rede, was reeds een aantal krijgslieden uit de achterhoede heengegaan. Juist terzijde van het kamp, een paar honderd schreden voorbij de plaats, waar naar des vijands zijde gekeerd de uiterste voorposten geweest zijn — nu zijn ze ingetrokken — is het terrein voor een hinderlaag uitnemend geschikt. Daar verbergen zij zich, en wachten geduldig het afgesproken sein. Nu scheidt een groot deel der ruiterij en een deel der boogschutters zich af,

1) 2 Kronieken 20, bijvoorbeeld.

2) Josua 10 : 24, 25.

Sluiten