Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

olie, linnen, tarwe, honig, balsem, slaven, amandelen, specerijen, purper, weefsels, goud, zilver, ivoor, apen, pauwen, zout, en allerlei andere zaken 1); maar ik vind het geen eer, den koopmansnaam der Kanaaniten op de Kinderen van Juda te zien overgaan. En dat de poging om groote handelsvloten uit te zenden uit Ngetsjoon-Gêber, die eerst voor Sjelomoh zoo veelbelovend 2) scheen, mislukte aan Jehosjaphaat 3), dunkt mij geen ramp; maar stof tot verblijding. Men ziet toch reeds maar al te veel kooplieden hun waren op ezels, muildieren, en kameelen langs de door het vele reizen gebaande groote handelswegen vervoeren in verkeer met Tyrus en Sidon of met de Hethiten of met de Syriërs of met de Assyriërs en Babyloniërs op de markten van Karchemisj, of met Egypte of Midian, of met de Philistijnen en zoo zelfs met de verre landen der Grieken en der Sardiniërs, ja zelfs met het verre land *) vanwaar de barnsteen naar Lachisj komt.

En dan moet Gij in ons nieuw Jerusalem de menschen maar eens zien in hun onderling verkeer! In 5) de straten komt U de geur al tegen van al de lekkernijen, die de ergerlijk geprikkelde smaak zich boven groote vuren op de straat laat toebereiden bij menig huis. Fijn brood, en koeken van het fijne soleth-meel 8), rozijnkoeken7), honigkoeken 8), koeken met olie gemengd 9), vladen met olie bestreken10), zijn wel van ouds in gebruik geweest;

1) 1 Koningen 9 : 28; 10 : 11, 2*2, enz.

2) 1 Koningen 9 : 26—28.

3) 1 Koningen 22 : 48, 49.

4) Oostzee-kust.

5) Zie Snouck Hurgronjé's „Mekka" ter vergelijking.

6) 2 Samuël 13 : 6—8.

7) 2 Samuël 6 : 19; Hosea 3:1.

8) Exodus 16 : 31.

9) Exodus 29 : 2.

10) Leviticus 6 : 14.

Sluiten