Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in strijd met de Wet !) het bokje kookte in de melk zijner moeder. Soms krijgen wij liier zaken, die wij als uitsluitend-Priesterlijk, zonder onderzoek zelfs, naar de Priesters verwijzen. Zoo ging liet eens over liet eten der toonbrooden door niet-Priesters 2). Neen, dat was liet niet; liet was het namaken 3) van wierook, waarvan de wet gezegd heeft: „ De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken." Op een anderen tijd weêr gaat liet over de gedenkcedels, of over de mezoeza's aan de deurposten, waarmede men de Wet in gedachtenis 4) zoekt te houden, al acht ik voor mij het beschrijven van wanden en deurposten meer geschikt tot bereiking van dit doel. Men heeft nu bij velen niet alleen gebedsriemen met gedenkkastjes op hand en hoofd; maar tevens zulke kleine kastjes met perkamentrollen vol wetsspreuken in de deurposten der huizen; gelijk Gij wel herhaaldelijk zult gezien hebben.

De wet, die het offeren buiten s) de door Jehova aangewezen heilige plaats tot een doodsmisdaad maakt, is door de hoogtendienst eeuwenlang straffeloos geschonden. Eerst sints het zuiverend optreden van onzen Koning komt ook deze weêr wat in toepassing. En niet minder ernstig wordt het doodvonnis °) uitgevoerd over wie zich aan weezen en weduwen vergrijpen durft.

Van veel minder beteekenis, strafrechterlijk, is het verboden 7) eten van op den weg gevonden verscheurd vleesch, wat natuurlijk in een land met verscheurende

1) Exodus 34 : 26; Leviticus 22 : 27.

2) Exodus 29 : 32, 33.

3) Exodus 30 : 38.

4) Deuteronomium 11 : 18—21.

5) Leviticus 17 : 8, 9.

6) Exodus 22 : 22—24.

7) Exodus 22 : 31; Leviticus 17 : 15, 16; 22 : 8.

Sluiten