Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het Kaasmakersdal ') heen) de andere hooge deelen der stad — want de muur omsluit nu menigte van bergen en valleien — met den tempelberg verbinden. Ziet Gij wel, hoe de vorm op dezen afstand aan Egypte herinnert ? Zie, daarginds is een der ingangen van den voorhof, waar die dikke rookzuilen toonen, dat men er bezig is, brandoffers te brengen, waar de waschbekkens zijn, en de beroemde koperen zee staat. Dan volgt dat reusachtig voorportaal. dat, gelijk een Egyptische pylon, zich torenmatig, hoog boven het volgende gebouw verheft. De beroemde zuilen Jachin en Boaz staan daarbij. Aanmerkelijk lager dan deze voorzaal en ingangstoren is het heilige, waar de tafelen der toonbrooden en de zevenarmige gouden kandelaren zijn en het gouden reukaltaar wordt bediend. Dat al deze rijkdom schittert in de vlammen, die het duistere heiligdom verlichten in duizendvoudig weerkaatste schittering op het goud, waarmede voorportaal , pilaren, zolderingen, dakgewelf, Heilige, Heilige der heiligen bedekt zijn, evenals alles — tot zelfs 2) de opperkamers aldus overtrokken is, kan ons oog, natuurlijk, van hier niet zien. Maar wel mag het zich verlustigen aan de trotsche lijnen van het machtige gebouw, welks door den tijd geel geworden steenmassa schitterend in den zonnegloed, helder afsteekte tegen het blauw des hemels. Zoo verlustigt zich onze blik in dien hoogen pylon met het Heilige als lageren tempel, en — juist als in sommige Egyptische prachtgebouwen — is ook het laatste deel van het heiligdom (het Heilige der Heiligen) weèr lager 3) dan de andere 4) deelen van het

1) Tyropoeon.

2) 2 Kronieken 3 : 9.

3) Kronieken 3:4; zie 1 Koningen 6 : 17 en 20.

4) De vermelding der Opperkamers in 2 Kronieken 3 : 9 is hiertegen geen bezwaar; daar staat niet, waar zij waren; maar dat ook zij (het laatst genoemd als niet bij den binnenbouw behoorend) overtrokken werden.

Sluiten