Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!1 O OF D STUK I.

Onder ilf tln(f van de ^ereenijfde Nederlandsehe Oostindische Compagnie.

O Land van Hoop, jou toekomst lig Schoon als jou het'rn'lcii voor 't O Afrika! uit donk're skoot Der Nag ontwaakt; jou morgenrood Kreek zaggies aan ; jou glorie-ster Zal opwaarts rijzen, en zoo ver

Als d' aarde strek zal dan d' faam Beroemd wees van jou groote naam.

In laat're, beet're tijd gehore,

Zal jij die schande-naam nie hoore

Van "\\ erelds-slaaf' jij lang geskolde.

Als j' eens jou strijd-banier ontrolde,

Dan skrijf daarop die eernaam nVrij Irap op die graf van Dwinglandij

En d' oude grijzende aard' niet nou Haar fraaiste, vrijste kind in jou. I)

\ier honderd jaar geleden Volg mij, lezer, naar de hoofdstad

van Portugal, nog in den tegenwoordigen tijd een handelsplaats van belang, toen echter het centrum van den wereldhandel. Een klein, maar dapper en voortvarend volk had den nevel weggevaagd, die over de »Zee der Duisternis hing. Aangemoedigd door den rusteloozen Hendiik Navigator, prins van den bloede, was Afrika's westkust verkend ; voet voor voet was het onbekende aan de vergetelheid ontrukt, en met grond mocht de hoop gekoesterd worden, langs Afrika's zuidkust den

1) De aangehaalde gedichten zijn uit het werk van F. W. Reitz, Staatssecretaris van de Zuidafrikaansche Republiek. De titel van dit werk luidt: „Zestig uitgesogte Afrikaansche Gedichte." TJitg: Amsterdam—Pretoria; Höveker en Wormser.