Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gulden per stuk. Daar stond tegenover, dat de Compagnie aan de burgers de benoodigdheden voor den landbouw verschafte: werktuigen, gereedschappen, zaaikoren, enz.; ze mochten later met eigen geteelde producten hun schuld afdoen. Toen in lateren tijd naar aanleiding van dit monopoliestelsel groote ontevredenheid onder de burgers ontstond, werden er wel enkele lastige bepalingen opgeheven en stond de Compagnie o. a. eenigen ruilhandel met de inboorlingen toe; doch de hoofdgrieven werden niet weggenomen, en hoe meer de bevolking aan de Kaap toenam, des te zwaarder drukte de ijzeren arm van het woekerend Handelslichaam op de Vrije Zonen van Nederland. Onbeschaafde inboorlingen kunden zich zoo iets laten welgevallen, en luchtten dezen al eens hun ontevredenheid, ze sloegen de verzenen tegen de prikkels; — afstammelingen van de fiere, vrijheidlievende Germanen legt men ongestraft geen dwangjuk op! Hadde de Oostindische Compagnie daar bijtijds rekening mede gehouden en haar onbeteugelde gouddorst wat getemperd — de schoone Kaapkolonie ware voor Nederland nimmer verloren gegaan.

Onder die omstandigheden brak het jaar 1685 aan, met bloedroode letters geschreven in het boek der Wereldhistorie: het beruchte jaar der Herroeping van het Edict van Nantes. Teneinde een goed inzicht te krijgen in de geschiedenis, die thans volgt, is het noodig een wijle terug te gaan tot den tijd van keizer Karei V en Filips II. In de eeuw der Hervorming hadden de gebeurtenissen in Frankrijk een onmiskenbaren invloed op de Nederlanden. De Hervorming toch had in Frankrijk en de Nederlanden dezelfde stelling: ginds tegenover het huis Valois, hier tegenover het huis Oostenrijk. In de dagen van Karei V predikten dan ook reeds Fransche zendelingen en uitgewekenen het Evangelie in de zuidelijke gewesten van België, en de begeerte om het voorbeeld der Hugenoten te volgen werd krachtig versterkt op het hooren zoowel van hetgeen zij leden als van de voordeelen, welke zij behaalden. De gesteldheid der partijen en de aard deionderscheidene belangen waren dan ook geheel dezelfde. Reeds in de dagen van den onverschrokken prediker van Straatsburg, den onvermoeiden Pierre de Brully, verschenen in de Zuidelijke Nederlanden de eerste staatkundige zendelingen: het waren Antoine Pocquet en Claude Préval, beiden dienaars van den koning van Navarre. x) In 1560 vreesde Granvelle een omwenteling in de Nederlanden, zoo de oproerige bewegingen in Frankrijk bleven voortduren; en in 1562 was hij beducht, dat eenigen alhier op hen wachtten en den goeden uitslag verbeidden. Twee jaren later klaagde de landvoogdes Margaretha andermaal, dat

1) E. A. Berthault. La Prédication protestante.

2

Sluiten