Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts bij gerucht tot hen door. In het jaar 18'28 — zegt de heer Weiss — wisten velen zelfs nog niet, dat er godsdienstvrijheid in Frankrijk bestond. Toen de zendelingen hen met die heerlijke weldaad bekend maakten, stortten de grijsaards tranen en konden eerst maar niet gelooverj, dat hun broeders zoo genadig behandeld werden in een land, waar hun voorouders zoo bitter wreed geleden hadden.

Zoo bleef het gezag der Vereenigde Nederlandsche Oostindische Compagnie slechts in de nabijheid van Kaapstad bestaan. Vruchteloos werd van daar uit telkenmale op mildere bepalingen in het bestuur aangedrongen; men eischte er o. a. verbetering van het belastingwezen, duidelijke verklaring der wetten, vrijheid van handel. Helaas — alle dergelijke pogingen leden schipbreuk op het egoïsme der Nederlandsche kapitalisten. Trots de toenemende ontevredenheid onder de Kaapsche kolonisten, gedroegen de ambtenaren ook in de laatste helft der achttiende eeuw zich nog even ruw en aanmatigend als vóór dien tijd. Wat meer is. hun trotschheid en willekeur werden met den dag ondragelijker, en in het jaar 1779 zonden de burgers, tot het uiterste gedreven, zelfs afgevaardigden naar Holland, die met klem aandrongen op ophet'ling der talrijke grieven. Doch ook thans spraken zij voor doovemansooren; men liet hen praten, zonder op hun rechtmatige klachten acht te slaan. Een korte tijd van verademing brak aan, toen in het jaar 1781 onverwachts een Fransche vloot aan de Kaap verscheen om de kolonie tegen Engeland te verdedigen; want er was een plan van deze Mogendheid uitgelekt om nl. de Nederlandsche bezitting in alle stilte te vermeesteren. Doch de vreugde was slechts van korten duur: de Fransche vloot, met stormachtig gejuich begroet, vertrok weder, even snel als ze gekomen was. Treurig werd ze door een groot gedeelte der kolonisten nagestaard, die met dat vertrek hun hoop in rook zagen verdwijnen. Nog treuriger werd de toestand tengevolge van de woeste plundertochten der roofzieke Kalfers, die van de gelegenheid gebruik maakten en alleen in het jaar 1793 den armen Boeren over de honderdduizend stuks vee ontstalen. En tot overmaat van ramp brak er, evenals in Holland, verdeeldheid uit in het kamp der kolonisten. Ook hier stonden Keezen en Orangisten scherp tegenover elkander, ook hier waren twee politieke partijen: een Engelschgezinde en een Franschgezinde. Zoo brak het jaar 1795 aan; de Oostindische Compagnie had uitgediend, en met weinig moeite werd de schoone Kaapkolonie door den Britschen admiraal Elphinstone en generaal Craig voor Engeland veroverd.