Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ligt voor de hand, dat de kolonisten, die het verst van de Kaap woonden, niet tot de zacbtzinnigsten behoorden; want zij juist hadden de verschrikkelijkste gevaren te trotseeren, waren voortdurend aan de grootste ontberingen ten prooi. Niet alleen toch moesten zij dag op dag op de jacht gaan, teneinde in hun levensonderhoud te voorzien;

maar ook waren ze genoodzaakt huis en have te verdedigen tegen ^ j allerlei wilde dieren, niet bet minst tegen leeuwen, buffels en tijgers. ^ ^ • Bovendien moesten ze zuinig zijn met hun ammunitie; en — wilden ze huishoudelijke artikelen koopen — de jacht op olifanten was daartoe de eenige uitweg, om reden het ivoor een belangrijk handelsartikel was.

Maar nog meer strijd hadden de vrijheidlievende Burgers te voeren.

Tegen de wilde Bantoestammen aan de oostkust, die den Blanken een kwaad hart toedroegen en voortdurend op de loer lagen om hun vee te stelen en ben te overvallen, moesten ze dag en nacht op bun hoede zijn. Was bet wonder, dat onder dergelijke omstandigheden het »mis skiet" bij hen langzamerhand een onbekende factor werd; dat zelfs knapen en meisjes het typisch geweer met vaardigheid leerden hanteeren en dat de Boerenvrouw gaandeweg zeer bedreven werd in bet «kogelsgiet"? Maar geen wonder ook, dat zulke menschen niet beschaafder en ontwikkelder werden, dat ze zich b. v. met de kleeren aan te bed begaven, liet geweer in de onmiddellijke nabijheid, steeds op hun quivive! Zulk een leven kweekt vastberadenheid en moed, koelbloedigheid en zelfvertrouwen, — allemaal eigenschappen, die de Boer van bet jaar 1900 van zijn vaderen geërfd heeft en welke hem in staat stellen,

tegenover een verpletterende overmacht stand te houden. Zulk een leven kweekt ook van den anderen kant een geest van zelfstandigheid en een verachting van de autoriteiten, welke gemakkelijk tot bandeloosheid en wetteloosheid overslaat, en waarmede de overheid, zelfs een Paul Kruger, in den tegenwoordigen tijd nog dient rekening te houden.

Ieder was in zulke gevallen zijn eigen baas; slechts aan den vader 1

als het hoofd des huizes gehoorzaamde men. Men verwondert zich,

dat de Boeren van 1/90 tot 1820, in de beruchte dagen van Slachtersnek, niet geheel tot bandeloosheid zijn overgeslagen, vooral als men bedenkt, dat zich onder hen een aantal weggeloopen schurken van allerlei slag bevonden: deserteurs, ontvluchte misdadigers en andere bandieten, die zich veilig achtten op een afstand van duizend mijlen van de Tafelbaai

Dat zulks niet geschied is, is alleen toe te schrijven aan hun innigen

Sluiten