is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldaar treurig uit. Vooral in Graaiï-Reinet was alles in de war : de schatkist was leeg, de boeken waren niet in orde, de publieke gebouwen vond men vernield ; wat er nog was blijven staan, leverde niets dan een treurig monument der gepleegde misdaden. De belangrijkste posten werden door onbekwame, zelfzuchtige lieden bekleed, terwijl tweedracht heerschte onder de bewoners.

Zwijgend onderwierpen de Boeren zich onder het nieuwe bestuur; ze hielden zich stil, omdat men hen alleen belasting liet betalen, of wel ze trokken dieper het binnenland in, teneinde betere oorden op te zoeken, waar ze minder overlast hadden vau de geweldige strooptochten der roofzuchtige Ivalïers. Want deze laatsten maakten het den Boeren hoe langer hoe lastiger; in minder dan tien jaar ontstalen ze hun 740 paarden en bij de vijftien duizend stuks vee. Toch moet gezegd, dat het Nederlandsch bestuur ditmaal een vrij wat beteren indruk maakte dan dat van de gehate Hollandsche Compagnie. Jammer alleen maar, dat zijn dagen geteld waren : In het jaar 1806 werd de gouver- . neur Janssens verslagen, en voor de tweede maal nam Engeland de Kaap wederrechtelijk in bezit. Vruchteloos riepen de Boeren, dat ze onder den trouweloozen Brit niet staan wilden ; vruchteloos verklaarden

ze, dat Oranje hun wettige souverein was; — Engeland beantwoordde hun protest met een minachtend schouderophalen en durfde N.B. later zelfs verklaren, dat het de Kaap van Nederland niet geroofd maar gekocht had. Na dien tijd was en bleef de Kaapkolonie Engelsch. Niet echter in haar hart. Want nog steeds is er een overwegend krachtig Hollandsch element, nog steeds is er een krachtige partij, die van Engelands heerschzuchtige, schandelijke politiek niet het minst gediend is. Cecil Rhodes en zijn trawanten mogen met hun zoet

Jan Hendrik Holmeyer, op 40-jarigen leeftijd. gekweel de Hollandsche Afrikaners („Onze jan.") trachten te verschalken, — de

laatsten "vertrouwen de verraderlijke Britten niet langer. Sedert 1882 mag in de zittingen van het Kaapsche Parlement even goed Hollandsch