is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stil bij het drama, waarop de geheele volgende geschiedenis van de Zuidafrikaansche Republiek en d'Oranje Vrijstaat gebaseerd is: Op de grens van K.afïcrland woonde destijds een Hollandsche Boei. Frederik Bezuidenhout, een wakker strijder voor het recht en tengevolge van liet aanhoudend geterg der Engelschen wat opvliegend en driftig geworden. Terwijl hij naar oud vaderlijk gebruik op de jacht gaat om voor zijn gezin een blesbok te schieten, valt onder het rijden zijn jachtmes uit de scheede. Fluks wendt hij den teugel, en na enkele oogenblikken ziet hij het blinken aan gene zijde van de rivier. Hij vraagt een Hottentot, die zich in de nabijheid bevindt en in wien hij een vroeger weggeloopen dienstknecht erkent, het hem even over te reiken. Deze weigert; bij ervaring is 't hem bekend, dat verzet tegen de Boeren geoorloofd is. Bezuidenhout voelt zijn bloed koken. Hij rent op den brutalen kleurling aan, gaat hem te lijf en dient hem met de karwats een dracht slagen toe. Wat te voorzieu was gebeurt: de mishandelde Hottentot klaagt den barbaarschen Boer bij de Engelsche regeering aan. Eenige dagen later, het was in de maand Septembei 181o, woidt Bezuidenhout gedagvaard om voor den landdrost Stockenstrom te GraatïReinet te verschijnen. Er wordt een vergadering van omliggende Boeren belegd en, het voorstel van den aangeklaagden makker om aan het bevel van den gehaten rooinek niet te voldoen, vindt algemeen bijval. De gevolgen blijven niet uit: Luitenant Rousseau wordt met twintig soldaten uitgezonden om den rebel gevangen te nemen. Op hun nadering vlucht Bezuidenhout met een getrouwen slaaf in een weiverschanste veekraal, omgeven door een vijf meter hoogen muur, van klipsteenen gevormd. »Die nader komt, is een man des doods!" dondert hij den soldaten toe. Helaas! De kraal wordt ingenomen en de getergde Boer verbergt zich door een opening in een spelonk van den bergrug. Doch ook daar is hij niet veilig voor het loerend oog van den Brit. «Geef over!" roept men hem toe. «Nooit!" buldert Bezuidenhout.

Daar knalt een schot De bediende treedt te voorschijn Zijn

baas is dood. Het is intusschen avond geworden, en luitenant Rousseau, met grond beducht voor een nachtelijken overval, laat den doode aan zijn lot over en trekt met zijn expeditie terug. Intusschen komen de buren van alle kanten toesnellen. Een kreet van jammer gaat uit hun midden op, als zij hun trouwen vriend en makker daar zien liggen, badende in zijn bloed. Zorgvuldig wordt het lijk naar het huis zijns broeders gedragen, en wanneer deze den volgenden dag aan de geopende groeve een hartstochtelijke, roerende toespraak houdt, ballen de mis-