is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende en bitter gegriefde landgenooten hun vuist, en in stilte zweert ieder voor den rechtvaardigen God: »we zullen Frederik Bezuidenhout wreken!"

„Treur manne, broeders! treur," zegt hij,

„Beween sijn heldendood;

Maar moedig op die Engels in Met kogels en met skroot!"

En zij deden hun woord gestand: binnen weinige dagen was het heele land in oproer. Van alle kanten kwamen de Boeren opzetten, ten einde de middelen te beramen om de Britsche soldaten te verjagen. Weldra is de opstand georganiseerd: Jan Bezuidenhout, Prinsloo, De Klerk en Kruger plaatsen zich met Faber, een zwager van het gevallen slachtoffer, aan het hoofd van de ontevredenen. Ongelukkig echter viel een brief met de plannen den Engelschen in handen, en onverwijld werd er een geheime patrouille uitgezonden om de leiders te arresteeren. Helaas! De dappere Prinsloo, de ziel van de beweging, wordt gevangen genomen op het oogenblik, dat hij zijn woning verlaat om de leiding in handen te nemen. Tevergeefs tracht Jan Bezuidenhout den moed er in te houden. »Bij den Allerhoogste!" roept hij uit, «vooraleer de verdrukkers onzer natie het land uit zijn, zal dit geweer niet rusten!" En driehonderd broeders heffen plechtig de handen in de hoogte en zwaaien hun hoeden ten teeken van instemming. Doch op den duur zullen ze geen succes hebben. Vruchteloos wachten ze op de toegezegde hulp van den hoofdman Gaika met zijn Kaffers; voor de zooveelste maal moesten ze het — en dan nog wel in zulk een oogenblik — ondervinden, dat op de beloften van een Kaffer niet te rekenen valt. Moedig houdt de heldhaftige Jan Bezuidenhout stand tot het uiterste. «Overwinnen of sterven!" klinkt het door de rijen der dapperen. Doch de strijd wordt al zwakker en zwakker, de heldenschaar al dunner; ten laatste staat Jan Bezuidenhout alleen. Zie, daar trekt hij zich terug achter zijn wagen. »Geef over!" roept de rooinek hem toe. En andermaal klinkt het met donderende stem: «Nooit! Nooit!" Moedig houdt de dappere man stand. Wee, die hem durft genaken! Ieder schot is raak. En terwijl zijn trouwe echtgenoot, de heldhaftige Martha Faber, en zijn veertienjarige zoon de geweren laden, die vader afvuurt, dringen de rooineks, woedend op het gezicht van zooveel heldenmoed, naar voren. Nog eenige seconden, — en ook het bloed van Jan Bezuidenhout drenkt den vaderlandschen bodem; doodelijk getroffen stort hij neer. Maar nog is de tegenstand niet gebroken, nog is het drama niet afgespeeld.