Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n!.... De rust is weergekeerd in de harten — de tranen worden aincJroogd — God de Heer heeft hen gesterkt!

Barmhartig God en Vader!

Bestuurder, altoos goed!

Ons kom nou tot U nader,

En val voor U te voet.

Wil ouse vijand breidel,

En red ons .uit siju hand;

Wil toch siju daad verijdel,

Eu skenk ons onderstand!

Thans gaat het voort, immer voort. Onderweg voegen nieuwe trekkers zich bij den stoet. Straks komen ze aan het vereenigingspunt. Weder knalt een schot, en — een onafzienbare rij wagens niet hagelwitte zeilen trekt de wildernis in. En voort gaat het over ongebaande wegen en door woest struikgewas, voort naar het onbekende land, honderden uren ver, om daar rust te vinden na het smartelijk lijden van tientallen jaren. Eindelijk breekt het uur van ontspanning aan: men is aan een spruit gekomen, die men niet kan overtrekken, tenminste nü niet; bovendien — de moede trekdieren hebben dringend behoefte aan rust. De beesten worden afgespannen, de trekkers zullen eenige dagen halt houden. Doch vóór alles dient de voorzichtigheid betracht; men dient op zijn hoede te zijn tegen vijandelijke overvallen, men moet ook water hebben voor de duizenden schapen, die men meegevoerd heeft. Zie, daar komt de kommandant aanrennen. »Ou-baas" heeft een geschikte plaats voor het Boerenlaager gevonden. Ginds bij den snelvlietenden stroom is een prachtig punt. Die platte heuvel is uitmuntend gelegen voor het doel. Van daar heeft men een heerlijk vergezicht en kan men de bewegingen van naderende Kafferstammen op grooten afstand gadeslaan, terwijl de omliggende «koppies" het laager zelf aan hun oogen onttrekken. Bovendien — er is malsch gras in overvloed, terwijl een groep hoog opgaande wilgen en eenige mimosenboschjes tot nadere kennismaking uitlokken. Daarheen dus den teugel gewend!

De stoet is ter bestemder plaatse gekomen, de kommandant deelt zijn bevelen uit: de wagens worden dicht aaneengesloten in een langwerpig vierkant geplaatst. De disselboom van den eenen wagen komt onder de buikplank van den anderen; de wielen worden met stevige kettingen verbonden; zoodoende kan geen enkele wagen het kamp verlaten, tenzij het geheele laager worde opgebroken.

Sluiten