Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ducht men gevaar, dan sluit men bovendien de openingen tusschen de wielen met staketsels van doorntakken, om op die wijze te beletten onder de wagens door te kruipen. In weinige uren is zulk een laager kant en klaar, en — de Boer beweegt er zich zoo gemakkelijk in, als hadde hij nooit een ander erf gekend, 's Nachts wordt er natuurlijk wacht gehouden, en wanneer het dag wordt, is ieder fluks uit de veeren. Daar de Boeren hun bovenkleeren voor het grootste gedeelte bij liet naar bed gaan hebben aangehouden, is ieder in een oogenblik klaar. Vader stopt een pijp, moeder zet koffie; er wordt een stuk uit den Bijbel gelezen, een psalm gezongen; daarna gaat elk aan zijn gewone bezigheden: de mannen begeven zich naar het vee, de vrouwen zorgen voor de huishouding.

Vroeg staan die ou-mans 's morrens op En trek die kam net o'r sijn kop,

Eu steek dan gou eeu kleine dop,

En wek die «zwartgoed" met een strop.

Tegen acht of negen uur is het ontbijt gereed; de zoons laten daarna het vee grazen; vader tracht intusschen een stuk wild voor zijn gezin te schieten, wat hem nooit mislukt. Daags worden knapen en meisjes bezig gehouden door een of ander persoon uit het laager, die voor schoolmeester speelt. Zoo brengt men den dag door. Komt »Ou-baas" terug, dan wordt er gemiddagmaald, en tegen tien uur is het laager in diepe rust.

'Saans vroeg gaat hij weerom te rus,

Geef sijn ou bottel net een kus,

Dan trek hij o'r zeu kop die mus,

En snork dan op met hartelus.

Soms heerscht er vroolijkheid in het Boerenkamp. Ook huwelijken worden er nl. gesloten, en wanneer de familie met een nieuwen wereldburger of een nieuwe wereldburgeres vermeerderd is, wordt er blijde feest gevierd.

Ek is so blij, ek is so blij,

Mijn vrouijie het 'n seun gekrij,

Hij lijk precies nes ek:

Hij het mijn oge, mond en neus,

En is 'u dikke vette reus,

Ek is so in mijn skik.

Sluiten