Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemd. Koning Dingaan toonde zich zeer welwillend jegens de Boeren, en terwijl meer dan duizend wagens met hagelwitte zeilen het Drakengebergte overtrokken, begaf Piet Retief zich in Januari 1838 met 73 man en een dertigtal Hottentotten te paard naar Umgongkloof, de kraal van Dingaan, teneinde het koopcontract te sluiten, volgens hetwelk deze hun een vrij groot gebied in Natal afstond. Het was den 2 Februari, toen zij aldaar aankwamen. De verraderlijke wilde toonde zich in de wolken over hun komst; schitterende feesten werden gegeven te hunner eer, bevallige dansen werden uitgevoerd, lustig ging de beker rond. Reeds stonden Retief en de zijnen op om zich naar hun paarden te begeven, toen plotseling het «Doodt de toovenaars!" uit Dingaans mond klonk. x) Wat er toen gebeurde, was vreeselijk. De weerlooze Boeren, die hun vuurwapenen niet bij de hand hadden, werden plotseling door meer dan duizend met knotsen gewapende Kalïers overvallen. Wel trokken ze hun zakmessen, en menig zwarte moest zijn trouweloosheid met den dood bekoopen; doch de overmacht was te groot, voor en na sneuvelden de heldhaftige mannen; ten laatste viel ook de edele Piet Retief, die de meeste smarten te verduren had. Helaas, hij rnoest het lijdelijk aanzien, hoe het heidensch gespuis zijn trouwe volgelingen als honden afmaakte, om ten slotte zelf op de gruwelijkste wijze de wraakzucht der Kaffers te ondervinden. En daarmede was de ellende niet ten einde. Bij het krieken van den dag overvielen de bloeddorstige inboorlingen het naastbijgelegen Boerenlaager. Op geen tegenweer voorbereid, werd het kamp zonder slag of stoot door hen overrompeld, 't Was een verschrikkelijke slachting, die daar werd aangericht. Geen pen is in staat, het ontzettend tooueel te beschrijven, dat daar werd afgespeeld: 41 mannen, 5(3 vrouwen, 185 kinderen en 250 kleurlingen — dienstboden — werden er op de wreedste wijze vermoord. Slechts één jongeling ontsnapte aan het vreeselijk bloedbad. Hij sliep bij een veekraal, werd wakker van het rumoer en had nog juist tijd genoeg om op een paard te springen en de andere Boerenlaagers te waarschuwen. Zonder die boodschap zou zeker geen enkel man van de emigranten levend zijn overgebleven. Thans, als door een wonder gered, vielen ze met vereende krachten den lagen vijand aan en noodzaakten hem naar de residentie de wijk te nemen.

Daarna begaven ze zich naar het uitgemoorde Laager, teneinde den lichamen der gevallen broeders en zusters de laatste eer te bewijzen. Het waren droeve oogenblikken, welke zij daar doorbrachten; slechts

1) G. Lauts. Geschiedenis van de Kaap de Goede Hoop.

Sluiten