Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ons arme Afrikane,

Wat hier in Natal woon,

lloe wort tog onse trane,

Met goedheid weer bekroon.

O God! Gij skenk ons vrede,

Uw segen oek daarbij,

En Uwe hnlpe mede,

Ja, Gij sijt an ons sij!

Rustig konden de Roeren thans aan de ontwikkeling hunner kolonie in Natal gaan arbeiden. De hoofdstad, die zij gesticht hadden en welke naar de beide groote leiders den naam ontving van Pieter-Maritzburg, was uit een strategisch en economisch oogpunt van groot belang. De ligging op de koele terrassen was zeer gezond, terwijl men er geschikt verdedigingsterrein vond,- heerlijk rivierwater en overvloed van hout. Niet lang echter mochten de Boeren zich in 't bezit van hun land verheugen. Toen eenigen tijd later de landverhuizers verplicht waren een KalFerhoofdman, die zich aan veediefstal schuldig maakte, tot zijn plicht te brengen, werd dit voor Engeland een reden om zich met Natal te bemoeien en te Durban troepen aan wal te zetten. Tegelijkertijd beweerde de Engelsche regeering, dat de Boeren het recht niet hadden, om op eigen gezag een zelfstandigen staat te stichten. Wel protesteerden de Boeren met klem tegen de trotsche, heerschzuchtige aanmatigingen van Engeland; vruchteloos echter; — wat de verstandige Potgieter had zien aankomen, zou thans, helaas! vervuld worden. In het jaar 1842 werd de Britsche kapitein Smith alzoo uitgezonden om Natal in bezit te nemen.

Mar sie ons vijand kome,

1'enr afguns angespoor;

Ons lant wort ons ontnome;

Ons vrede weer verstoor.

Hul span al hul vermo'e,

Eu druk ons uit die land;

Al siet hul voor hul o'e,

Ons is hier ingeplant.

Wel verdedigden de Boeren zich met heldenmoed, versloegen het Britsche leger en sloten zelfs kapitein Smith in; doch toen het Engelsche leger versterkt werd en vooral — toen verscheidene buigers den oorlog moede begonnen te worden en het gevaarlijke «huistoe!" deden hooren;

Sluiten