Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

torius en Fourrie aan de beraadslagingen deelnamen. De besluiten, op deze vergadering genomen, hadden heilzame gevolgen voor de toekomst en veroorzaakten een algemeene voldoening. Alle vonnissen wegens politieke misdaden werden vernietigd, alle straffen opgeheven. Op deze wijze kwamen de opgezweepte gemoederen tot rust, de moede krijgers trokken huiswaarts, de orde was hersteld. Inderdaad het werd hoog tijd, dat er eendracht kwam; want hoogst treurig zag de toestand dei' republiek er uit: — de schatkist was ledig, de salarissen der ambtenaren waren in maanden niet uitbetaald, belastingen waren in den laatsten tijd heelemaal niet ingevorderd en de burgers konden onmogelijk het achterstallige aanzuiveren, zoodat dit feitelijk voor de schatkist verloren ging. En in den Oranje-Vrijstaat was het al even droevig gesteld; ook daar verkeerde het land in een geldcrisis, wel niet als een gevolg van binnenlandsche partijtwisten, maar door de kostbare oorlogen tegen de Basoeto's, die voortdurend grensinvallen deden en zich aan roof en mishandeling schuldig maakten. Vruchteloos ijverde de wakkere Pretorius dag en nacht om het land van den wissen ondergang te redden; — het scheen, alsof hij met onmacht ware geslagen. Daarbij kwam, dat hij een groote fout beging, door zich nl. te omringen met welopgevoede maar onwaardige en nietsbeduidende ambtenaren, meestal vreemdelingen nog wel, aan wie hij de gewichtigste betrekkingen opdroeg, in plaats van ze in handen te leggen van degelijke Afrikanen. Vooral naar Hollanders luisterde hij; hij werd hun speelbal, en zoo gaf hij onwillekeurig aanleiding tot den afkeer, dien de Boeren van al wat Hollandsch was, koesterden. Gelukkig is die afkeer de laatste jaren sterk verminderd. Bovendien zal het gedrag der dappere Hollanders te Elandslaagte de verhouding nog meer verbeteren. Ook het kordaat optreden van de Hollandsche ambtenaren der Nederlandsche Zuidafrikaansche Spoorwegmaatschappij zal het zijne er toe bijdragen om den band te versterken.

Maar nog zijn we niet aan het einde van de rampen, die de jeugdige Republiek 11a den dood van Andries Pretorius en Hendrik Potgieter trollen. Nog zullen we een oogenblik de aandacht moeten wijden aan de kerkelijke beroeringen, die den staat in zijn geboorte ondermijnden.

Oom Tijs kom dikwijls naar (le kerk:

Hij is een schaap al lang gemerk,

Ilij sit daar in de voorste vlerk,

K11 kauw /.ijn wprnimpies" lekker sterk.

8