Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de diep geschokte gemoederen van den edelen koopmansstand gerust: »lk hoop , zeide hij, »dat de reeds genomen maatregelen doel zullen treffen. Ik heb voor het oogenblik een nieuw regiment troepen uitgezonden met meer dan gewone uitrusting en krijgsmateriëel, maar vooral verwacht ik alles van de zending, aan Sir Theophilus Shepstone opgedragen, een man, in wien ik om zijn groote levensondervinding, zijn toegevende en inschikkelijke manier, zijn groote takt en kennis van het karakter der Naturellen, het grootste vertrouwen heb." Inderdaad, geschikter persoon voor de volvoering zijner grootsche plannen, had lord Carnarvon onmogelijk kunnen kiezen. Sir Theophilus Shepstone, de zoon van een zendeling, was van zijn jeugd af met Kaffers opgevoed. Hij sprak het platte Afrikaansch-Hollandsch, was thuis in vele kaffertalen en kon bovendien in gewoonten, manieren en spraak geheel als Boer optreden. Jaren lang was hij in Natal het hoofd der Naturellen-administi atie geweest. Hij werd op dat terrein algemeen gewaardeerd om zijn groote bedrevenheid, maar tegelijk wegens zijn sluwheid sterk gewantrouwd. Aan het Britsche Departement van koloniën had hij een wit voetje, en niettegenstaande er ernstige klachten over zijn kafferpolitiek waren ingekomen, had Hare Majesteit hem tot ridder geslagen. Sir Theophilus Shepstone nu werd de held der annexatie; Cecil Rhodes mocht zich later aan hem spiegelen, want beter leermeester in de Britsche politiek bestond er niet. Den (j October 1870 ontving Shepstone van Lord Carnarvon de 'opdracht om naar Pretoria te gaan en de Zuidafrikaansche Republiek te annexeeren. Dat inpalmen zou natuurlijk niet geschieden uit zucht om het Britsche gebied te vergrooten. Lieve hemel! Kngeland was al eenmaal rijk genoeg! Integendeel, het zou alleen gebeuren om die arme Boeren te gerieven. Dezen toch waren te onwetend, te onbeschaafd om zich zelf te besturen; en bovendien waren ze veel te ruw1) om met die zachtzinnige, eenvoudige, onschuldige Kaffers om te gaan. Sir Theophilus Shepstone was een gladde vogel. Hij begreep, dat hij met zachtheid meer kon winnen dan met geweld en dat goud en whiskey in Zuid-Afrika groote waarde hadden. Daarom nam hij de noodige hoeveelheid mee, betaalde de Boeren roijaal voor het transport van zijn bagage, schonk een stevigen borrel en zag zelfs niet op een llesch champagne; had voor dezen een handdruk over, voor genen een glimlachje, — in één woord hij was de zoetsappigheid in persoon. Die gulle Sir Shepstone! riepen de Boeren, — en ze ram-

1) Ruw zijn de Boeren ook bij voorkeur in Engelsche oogen, al erkent heel Europa, dat ze het geboefte uit het Britsche leger veel te genadig behandelen.

Sluiten